Grote Vragen van Kinderen

Iedereen die met kinderen bezig is komt ermee in aanraking: de Grote Vragen van kinderen. "Bestaat God? Wie is God? Waarom gaan mensen dood? Als je dood gaat, waar ga je dan naartoe?" Kinderen maken je het niet gemakkelijk met zulke vragen. In dit artikel vind je handvatten voor hoe je ermee om kunt gaan.

Vragen over God

"Bestaat God? Waar komt God vandaan? Hoe weet God dat hij God is?"

Vaak stellen kinderen zulke vragen als ze thuis of op school iets gehoord hebben wat hen geraakt of aan het denken gezet heeft. De vragen die zij stellen hebben te maken met hoe ze opgevoed worden. "God ziet alles, en als je niet goed doet, dan straft hij je." Als een kind zoiets zegt, heeft het een voorstelling van God als een strenge meester of vader. Je kunt hier verschillend op reageren. Je kunt bijvoorbeeld vragen waarom God zo streng is en inbrengen: "God kan soms streng zijn, omdat hij wil dat het goed met je gaat." Daarmee bevestig je het bestaande godsbeeld van het kind en sluit je aan op zijn of haar eigen manier van geloven. Wil je verandering brengen in de voorstelling die het kind heeft van God, dan kun je bijvoorbeeld antwoorden: "Maar God vergeeft ook altijd." Let er in zulke situaties wel op dat je kinderen in verwarring kan brengen: wat is nou waar, is God streng of is hij vergevingsgezind? Zoek daarom een antwoord dat enigszins aansluit bij het Godsbeeld van het kind, zodat je het geleidelijk laat wennen aan mogelijke andere beelden.

Kinderen zijn vaak gefascineerd door wat God allemaal 'kan' en vragen zich bijvoorbeeld af, of God alles kan zien. "God ziet alles": als je deze uitspraak letterlijk neemt, is deze nogal rigide. Alsof er honderden ogen op je gericht zijn, altijd, bij alles wat je doet. Zo'n voorstelling van God kan kinderen bang maken. Vertel dat het bij "God kan mij altijd zien" om een ander soort 'zien' gaat dan wij mensen zeggen "ik kan jou zien". Vraag de kinderen of God ogen heeft. Je kunt ze uitleggen dat God geen ogen heeft zoals wij en dat hij niet met ogen kijkt als een mens. 'God ziet' geeft iets aan uit een andere werkelijkheid. Je krijgt er bijvoorbeeld het gevoel van dat God er is. Of dat je hem kunt vertrouwen. God kijkt met zijn hart. Als een kind zegt: "God kan je niet zien" betekent dat bijvoorbeeld: God is er wel, ook al kun je hem niet voelen of horen of zien. Vaak zit er in zo'n uitspraak belangrijke ervaringswaarde, zoals 'God kun je vertouwen'. Vraag dus door naar wat een kind bedoelt. Soms gaat er een wereld voor je open die je in eerste instantie misschien niet achter de opmerking had gezocht. 'God kan alles zien' is geloofstaal. Geloofstaal is een taal van vertrouwen en overgave. God ziet je, en die kijkende ogen betekenen iets voor jou hier en nu. 'Je bent gezien' is fijn, of je voelt je betrapt; in ieder geval is God bij je.

"Waarom moeten mensen sterven? Houdt het leven ooit op? Zal God nooit sterven?" Niet alle kinderen komen al jong in aanraking met verlies en rouw. Toch kan de vraag naar het einde van het leven ieder kind raken, ongeacht wat hij of zij zelf meemaakt. Volwassenen vermijden deze vragen soms. Het is belangrijk om hierover wel in gesprek te gaan met kinderen, anders ontneem je hen iets. Het kan moeilijk zijn om te peilen hoe diep deze vragen gaan. Soms maakt de vraag naar verlies of een verlies zelf een grote indruk. Vaak kun je er dan niet zomaar over praten. Tegelijk is aandacht en nabijheid voor een kind juist van de allergrootste waarde. Werkvormen waarbij kinderen hun angst ter sprake kunnen brengen zijn hiervoor heel geschikt. Twee essentiële elementen in zulke werkvormen zijn, dat kinderen zich kunnen identificeren met een fictieve ander en dat de opdrachten creatief – en daarmee expressief – zijn.

Boeken die je voor zulke gesprekken kunt gebruiken

Vanaf 5 jaar

Velthuijs, M., Kikker en het vogeltje, Uitgeverij Leopold.

Sluis C. van der, Mijn vader is een wolkenman, Uitgeverij Sjaloom.

Vanaf 6 jaar

Stark, U. & Höglund, A., Mijn zusje is een engel, Uitgeverij Querido.

Coerr, A., Sadako, Uitgeverij Altamira.

Orlev, U., Het Donkerbeest, Uitgeverij Fontein.

Vanaf 8 jaar

Heymans, A. & Heymans, M., De prinses van de moestuin, Uitgeverij Querido.

Pelgrom, E., Kleine Sofie en Lange Wapper, Uitgeverij Querido.

Vanaf 10 jaar

Bohlmeijer, A., Ik moet je iets heel jammers vertellen, Uitgeverij Van Goor.

Piumini, R., Stralend kruid, Uitgeverij Querido.

Lindgren, A., De Gebroeders Leeuwenhart, Uitgeverij Ploegsma.

** oorsprong> (bewerking van een artikel van David Kroeze, overgenomen uit JOP Coach magazine, november 2008)