Gelijkenissen van nu, workshop parabelschrijven

Vijandschap overwonnen
Het is eind 1944. De barre hongerwinter ligt in het verschiet. Op zondagmorgen gaan we naar de kerk, de Oosterkerk, hoek Maliebaan- Burgemeester Reigerstraat. Met mijn ouders zit ik op een klein bankje, dicht bij de deur. Als de dienst al even is begonnen, gaat de deur open.

Er komt een Duitse militair binnen. Hij zet zijn pet af en staat te bidden. Dan kijkt hij om zich heen en mijn vader schuift mij opzij, zodat ik tussen mijn ouders terecht kom, en maakt plaats voor de soldaat.
Aan het einde van de dienst zegt hij: “Ich möchte den Pfarrer sprechen.” Mijn vader gaat met hem naar de predikant en wij gaan vast naar huis. Na korte tijd komt mijn vader met de militair naar huis. De dominee heeft hem niet willen ontvangen, waarna Vader hem meenam. Hij bleek gelegerd in de Kromhoutkazerne, dicht bij ons in de buurt. De 18-jarige militair bleek lid te zijn van een Bodelschwinggroep * in Bonn. Heel voorzichtig ontwikkelde zich een vraag-en antwoord-spel over situaties in Duitsland en Nederland. De jongen vroeg naar jeugdverenigingen. Antwoord: “Das hat der Führer verboten.” “Bei uns ebenso, aber dennoch…” Het vertrouwen groeide en deze “vijandige” soldaat kwam, als hij maar even de kans zag, bij ons binnen. Mijn jongste broer, drie jaar ouder dan ik, was vrijwel leeftijdgenoot van Rolf Bilke. Met het ontvangen, thuis, van een Duits militair, namen mijn ouders een groot risico: hoe zouden buren reageren? Deze les dat vijandschap overwonnen kan worden, en dat de eenheid in en met Christus zo beleefd kan worden, is een levensles die altijd met je meegaat.

Joke Vlijm
*Bodelschwinggroepen waren mensen die vanuit een christelijk perspectief samenwoonden met mensen met een geestelijke beperking.


Roemloos
In de nacht van 23 op 24 november 1965 liep de Ping An vast op het strand bij Ter Heijde aan Zee.. Een exotische naam en een exotische bemanning die overigens al van boord was gehaald toen wij de volgende dag door de nog steeds aanhoudende storm over het strand naar de plek des onheils trokken. De dagen erna werden bij herhaling pogingen gedaan om de Ping An vlot te trekken, maar die kwam alleen maar vaster te zitten.

Als ik goed keek vanuit de slaapkamer van mijn ouders dan kon ik het schip boven de duinen zien uitsteken, al kostte het mij wel moeite voor ik zag waarnaar de vinger van mijn broer nadrukkelijk wees. Het schip lag noordelijker dan ik verwacht zou hebben, ook had ik nooit geweten dat je zover over de kassen en de warenhuizen en duinen kon kijken.

Het schip werd een vaste attractie voor Westlanders en Hagenezen. Ook in de maanden dat zich doorgaans geen sterveling meer op het strand waagde, was het er behoorlijk druk.

Uiteindelijk, na een jaar, werd besloten dat het schip ter plekke gesloopt moest worden. Ook dat vroeg tijd, maar de belangstelling werd er niet minder om. Het strand werd meer dan ooit een ontmoetingsplek.

Nu herinnert niets meer aan het schip: er is zand en er is zee. Naamloos, inwisselbaar. Het is meer dan een halve eeuw geleden. Maar in gesprekken komt de Ping An nog veel voor en iedereen die daar ooit op het strand stond, weet nog precies hoe het schip erbij lag, hoe groot het was en hoe er met triomfantelijke letters op de boeg stond: Ping An. Veiligheid betekent dat, goede vaart.

Len Borgdorff


Facebookparabel
Ze kijkt op facebook. Haar vriendinnen zijn dit weekend naar een dance-festival geweest. Fantastische foto’s. Iedereen was in opperbeste stemming. Ze hebben mooie jongens aan de haak geslagen. Wauw! Haar hebben ze niet gevraagd om mee te gaan. Daar baalt ze enorm van. Ze merkt dat ze steeds minder met hen omgaat. Eigenlijk gaat ze met weinig mensen om. Niemand ziet haar staan. Ze weet wel dat ze ook niet echt haar best doet. Ze verzorgt zich minder goed, gaat gesprekken uit de weg en richt zich volledig op haar studie.
Ze besluit naar het park te gaan. Daar zitten groepjes bij elkaar. Zal ze erbij gaan zitten? “Nee, ze zien me aankomen,” denkt ze.
In het gras staan tientallen paardenbloemen. Sommige zijn volledig uitgebloeid en zijn alleen nog een bolletje met pluizen. Zo eentje plukt ze. Ze doet haar ogen dicht en blaast de pluisjes weg. Ze ziet zichzelf weer terug als kind, al schaterend achter de zaadjes aanhollend. Iedereen om haar heen lachte.

Een schaduw valt er over haar. Iemand zegt: “Grappig. Dat deed ik vroeger ook graag. En jouw gezicht daar bij. Fantastisch. Zo blij. Zo’n open boek!
Je zou eens met mijn zus moeten praten. Die wil maar niet gelukkig worden.”

Sjouke Sytema