Een tocht van bevrijding, verlichting en vernieuwing

Eind 2001 verkocht ik mijn bedrijf; dat voelde als een bevrijding. Ik nam een jaar vrij. Op vrijdag 6 september 2002 vertrok ik van mijn huis in de Poortstraat voor de voettocht naar Santiago de Compostela. Op 23 november kwam ik daar aan. Als ik aan familie of vrienden vertelde dat ik die tocht ging maken, vroegen ze vaak: “En hoe kom je dan terug?” Veilig thuis komen is voor veel mensen kennelijk erg belangrijk.
De vraag kan ook anders begrepen worden. Niet op welke wijze, maar in welke toestand komt de pelgrim terug? Men wilde ook graag weten: “Ben je erg veranderd?”
Mijn antwoord: ik kwam in alle opzichten verlicht terug.

bird flying in the sky with evening lightOm met het eenvoudigste te beginnen: lichamelijk. Ik wandelde 79 dagen, vrijwel altijd alleen, over onbekende wegen, met 15 kilo bepakking, en legde een afstand van 2500 kilometer af, gemiddeld 32 per dag. Ik kreeg blaren van het lopen, zere knieën en een pijnlijke rug van het dragen van de rugzak, en dorst van de warmte. Maar van alle dagen in de frisse buitenlucht kreeg ik ook een stevige conditie en een flinke weerstand.
En bovenal werd ik lichter: ik verloor maar liefst 18 kilo lichaamsgewicht, moest mijn broeken flink aangorden, en had op ’t laatst het gevoel over de wegen te zweven, zo licht was ik geworden.
En op welke wijze kwam ik uiteindelijk terug? Ik heb in Santiago gewoon het vliegtuig genomen. Als pelgrim kreeg ik 50% korting. Die kon ik als gereformeerde jongen niet laten lopen, en daarmee sneuvelde mijn plan om met lokale bussen langzaam terug te reizen.

Een tweede aspect: hoe verlicht kwam ik Geestelijk terug? Ik had in het begin van de tocht veel twijfels. Drie maanden weg van huis: wat had ik in die tijd niet veel mooie en leuke dingen kunnen doen. Waarom moest ik zo nodig zo’n lange tocht afleggen? Wat wilde ik bewijzen? Was het een pelgrimage uit dankbaarheid, of om boete te doen, of om te bidden? Of was het bedoeld als een tocht door de woestijn, om eenzaamheid te zoeken, na te denken, geestelijk te groeien?
Ik wilde nadenken. Wie ben ik? Waarom ben ik wie ik ben? Over welke kanten van mijn ingewikkelde karakter ben ik tevreden, en over welke niet? Hoe neem ik mijn beslissingen, en waarom zo? Welke ontmoetingen in mijn leven hebben betekenis? Waar heb ik spijt van? En zou de tocht hierbij dan helpen?
Ik werd de eerste weken geplaagd door repeterende gedachten. Maar door elke dag dertig kilometer te lopen, werd het één grote meditatie. Ik telde mijn stappen: honderdtwintig stappen per honderd meter, in één minuut. Dat is een kilometer in tien minuten, zes kilometer per uur. Veertigduizend stappen per dag. Het tellen verlichtte mijn geest: ik verloor mijn twijfels door gewoon door te gaan; ik verloor mijn onrust door elke dag gewoon ergens aan te komen; ik verloor mijn spijt door te leren dat elk moment mooi kan zijn. Ik verloor zo ook de taaiste slepende gedachten.
Soms ontmoette ik mensen die, bewust of niet bewust, iets zeiden waarmee ik verder kon. Een vraag, een suggestie, een opmerking. De weg naar Santiago biedt veel ruimte en tijd om na te denken. Niet in Grote Gedachten, maar in kleine overwegingen, eerst algemeen, en gaandeweg concreter. En ja, daardoor leerde ik mijzelf beter kennen.
Zo werd het een tocht door de woestijn. Door de leegte om mij heen kon ik ook van binnen leger en lichter worden.

Ten slotte: hoe kwam ik Spiritueel terug? De weg naar Santiago zit vol met beeldspraak over de zin van het leven: Ik vond wegen waar geen wegen zijn. Ik leerde er de juiste richting kiezen. Ik mocht tegenwind ervaren. Ik ontmoette veel mensen, ieder ging zijn eigen weg. Ik passeerde bruggen die oevers en steden verbinden. Er waren hoogten en diepten onderweg. Kortom, de weg naar Santiago is net ‘het echte leven’.
Ik wilde de weg eigenlijk elke dag plannen: Hoever zou ik komen? Waar zou ik rusten? Waar zou ik eten? Maar op een muur langs de camino, de weg, staat geschreven: “Pelgrim, er is geen weg. De weg vormt zich pas door hem te gaan.”
Je komt onderweg veel geloofsuitingen tegen, al nam ik sommige niet helemaal serieus. Bij het briefje in een kerk waarop stond “Heilige Theresa, bedankt voor het halen van mijn rijbewijs”, dacht ik: zo’n heilige kun je om een boodschap sturen.
In de vele beeldhouwwerken onderweg zie je vrijwel altijd een gestorven Jezus. Maar Maria leeft, en dus bidt men vaak tot Maria. Ik werd enerzijds geraakt door de authentieke devotie die ik onderweg tegenkwam, maar ik voelde ook verzet tegen het overal aanwezige geloof in de vele heiligen. Zo liet ik die gebeeldhouwde Jezus achter mij, en knikte ik vriendelijk naar zijn moeder. En de Paus stelde in die tijd vast dat God zich van de wereld heeft afgekeerd. Het was een van de weinige krantenberichten die tot mij doordrong. Ten slotte hield binnen in mij alleen de Geest nog stand, Spiritus Sanctus, de enige heilige van wie geen beeld is. Zo werd ik dus spiritueel ook een flink stuk lichter.

Maar niet té licht: ik werd geraakt door een schoolmeisje dat gehaast een kerk binnenkwam, een kruis sloeg, een gebed deed, en weer vertrok. Ik werd geraakt door de Franse pastoor bij wie ik onderweg logeerde, en die samen met mij het Onze Vader bad.
bidden met kaarsenEn ja, wat is het aansteken van een kaarsje toch troostend. Maar dan wel graag met echte kaarsen, en niet, zoals her en der in Spanje, met een bak vol elektrische kaarsjes die pas gaan branden na inworp van een muntje.
Ook voelde ik me onderweg haast een heilige telkens als iemand vroeg om in Santiago te bidden “pour moi et pour ma famille”. Ik schreef hun namen op, en heb voor al die mensen samen in de kathedraal van Santiago een flinke kaars opgestoken.
Het waren maar kleine dingen, kleine ontmoetingen, die me raakten. Toch is dit wellicht de zin van de Weg naar Santiago: wie hem gaat laat al lopende steeds meer achter zich, waardoor hij lichamelijk, geestelijk en spiritueel minder te dragen heeft. Dat geeft ruimte om, stap na stap, in het kleine iets groots te ervaren.

En juist toen ik dacht dat ik alleen nog met Spiritus Sanctus verder zou gaan, bleek er een nieuwe weg open te liggen. De weg van de Geest. Een nieuwe relatie met God en met mijzelf. Geen God die aan de touwtjes trekt, maar een God die met mij mee loopt, mij bezielt, doorademt en vernieuwt.
Zo werd mijn tocht naar Santiago een tocht van verlichting, én van bevrijding en vernieuwing.
En zo kwam ik veilig weer thuis.

Bram van der Wees