Gedachtenis Nel Verkerk

Op 5 juni overleed mevrouw Pieternella ~Nel~ Verkerk-van der Heijden. Ze was weduwe van Dick Verkerk. Ze is 92 jaar geworden.

De tekst die de kinderen voor de rouwkaart hebben uitgekozen, kwam uit een gedicht van Hanna Lam. Deze dichteres is bekend van de bundel Alles wordt Nieuw, een verzameling christelijke kinderliederen, waarvan zij de teksten heeft geschreven. In onze vieringen zingen wij ook wel uit deze bundel. Ze was een nicht van mevrouw Verkerk. Op de rouwkaart stonden de volgende regels: De mensen van voorbij, zij blijven met ons leven / de mensen van voorbij, ze zijn met ons verweven / in liefde, in verhalen die wij zo graag herhalen.

In verhalen dachten de kinderen in de dank- en gedachtenisdienst voor haar leven, terug aan hun moeder. Aan de hand van deze verhalen typeerden ze haar karakter. De kinderen beschreven hun moeder als een sterke vrouw. Daarom kozen ze voor een lezing uit het bijbelboek Spreuken. Er werden delen voorgelezen uit het lied over een sterke vrouw uit het laatste hoofdstuk van het boek. De verzen deden de kinderen denken aan hun moeder. Ook zij was altijd in touw voor haar gezin en haar medemensen. “Een sterke vrouw werkt altijd hard, nooit neemt ze rust”, staat in Spreuken. De kinderen vertelden: “We hebben leren aanpakken, op tijd opstaan, afwassen, bedden opmaken, strijken, schoenenpoetsen en we kunnen moeiteloos meedoen met heel Holland bakt.

Het lied uit Spreuken spiegelde ook de dankbaarheid en trots die de kinderen voelden. In een oudere vertaling lezen we deze lofprijzing: “Haar kinderen staan op en prijzen haar gelukkig.” Dat is wat zij, de kinderen, met hun keuze uit Spreuken ook deden.

In het lied uit Spreuken is het ook de eerbied voor God die ons sterk maakt. Psalm 59 roept tot God: “Mijn sterkte, aan U houd ik mij vast.” De sterkte van God heeft mevrouw Verkerk altijd gezocht en uiteindelijk ook gevonden in haar gebed. In de laatste periode van haar leven verlangde ze naar het andere leven, naar het leven in de eeuwige sterkte van God.

Haar nicht Hanna Lam dichtte: “De mensen van voorbij zijn in een ander weten. Bij God mogen ze wonen, daar waar geen pijn kan komen.” Niet ons weten vormt de horizon van ons leven: ons weten dat met de dood alles voorbij en afgelopen is. Het is een ander weten waaraan wij ons mogen vasthouden, wanneer ons leven eindigt. Het is het weten dat zich in de opwekking van Jezus aan ons ontvouwt. Wij zijn mensen van voorbij. Maar we zijn ook mensen van voorbij de dood. Met Jezus zullen wij, mensen van voorbij, in het licht van God zijn en we zullen vrij zijn. Mag dit ander weten de kinderen, de partners, de kleinkinderen troosten in hun verdriet en gemis.

Ds. P.J. Rebel