Gedachtenis mevr. Wijbrans-Vlot

Op 21 oktober overleed Aletta Willemijntje Dorothea Wijbrans-Vlot. Zij was getrouwd met Leen en (schoon)moeder van Gert en Hui, oma van Lara en Kyran, en (schoon)moeder van Coretta en Marco. Aletta is overleden in het verpleeghuis Rosendael, waar ze de laatste vier jaar verbleef. Ze leed aan een ernstige, agressieve en verwoestende vorm van dementie.

In het gezang Heer, herinner U de namen wordt God gebeden of Hij onze gestorven geliefden niet wil vergeten. Gevraagd wordt of Hij hen in Zijn liefde en ontferming wil opnemen en behoeden. In het eerste vers is de bede: Heer, herinner U de namen van hen, die gestorven zijn, en vergeet niet, dat zij kwamen langs de straten van de pijn, langs de wegen van het lijden, door het woud der eenzaamheid. Zo is Aletta gegaan: langs een straat van pijn, langs een weg van lijden, door een woud van eenzaamheid en angst.

Al lang voordat ze aan die afschuwelijke en zeldzame vorm van dementie leed, was ze door chronische lichamelijke klachten aan huis gebonden. Ze moest voorzichtig en teruggetrokken leven. Daarvoor was ze hoofd van een kleuterschool geweest en ze wist dus van aanpakken. Ze deelde haar vrolijkheid en hartelijkheid met de kinderen en later met de mensen die ze ontmoette via de Willem de Zwijger-kerk, in de buurt en op activiteiten waaraan ze deelnam. Die contacten ging ze missen, toen de beide kinderen ouder werden en haar energie door haar fysieke klachten afnam.

Aletta zong graag in de cantorij van de Willem de Zwijger-kerk en later in die van de Tuindorpkerk. In zijn overdenking in de afscheidsdienst sprak ds. Warners over haar vertrouwen op God. Op de rouwkaart stonden deze regels uit psalm 90: “Geslachten gaan, geslachten zullen komen, zij zijn in Uw ontferming opgenomen.” Ze vertrouwde op Gods ontferming. Voor de dood was ze niet angstig. “Het is toch beloofd dat ik thuis zal komen”, zei ze.

Haar vertrouwen op God is voor Leen een troost geweest. Zijn liefde voor haar stond machteloos. Ze verloor zich steeds meer aan haar ziekte. “Heel soms”, zei ds. Warners in zijn overdenking, “kwam de oude Aletta naar boven.” Wanneer hij haar de zegen gaf, werd ze “stil en aandachtig”, zei ze “amen en dank je”, voordat ze door de donkere macht van de dementie opnieuw naar beneden werd getrokken, naar een voor Leen en de kinderen gesloten diepte.

In Romeinen lezen we: “Hoogte noch diepte zal ons kunnen scheiden van de liefde van God die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.” De hoogte niet, maar ook de diepte niet. Ook niet de voor ons ontoegankelijke diepte van de dementie, waaraan Aletta leed. In de diepte daalt Jezus neer en redt Hij onze namen en met onze namen de persoon die wij geweest zijn. Hij opent voor ons Gods hand, waarin wij geborgenheid vinden. Alettas naam is gegrift in de palm van Gods hand, de hand die de diepte openbreekt. Moge Leen, Gert en Hui, Coretta en Marco in hun verdriet zich gedragen voelen door Gods hand en troost vinden.

Ds. P.J. Rebel