Die mevrouw heeft een roodborstje op haar schoen

De Tuindorpkerk is 80 jaar. Rini van Zeggelaar is op weg naar haar tachtigste verjaardag. Deze zomer neemt zij afscheid van de kerkenraad. Tijd voor een interview.

‘Toen deze appartementen gebouwd werden, fietsen we hier altijd langs, van de Willem Barentszstraat naar Tuindorp en dan zei Ger: ‘Wie hier gaat wonen…’’

De tekenen bedriegen niet
Rini van ZeggelaarRini woont vier hoog met uitzicht op een fraai park waarvan de bomen op het moment van het bezoek in bloei staan. Dat park is samen met haar balkon haar tuin. Het is een tamelijk klein balkon, maar met een heleboel plantjes. Onder andere twee dakpannen waarop vetplanten groeien. Die pannen zijn een erfenis van de Willem Barentszstraat waar Ger en zij heel lang woonden. Rini houdt van dakpannen. Ze geven een veilig gevoel. Dakpannen zijn er immers om je te beschermen.
En dan is er de grote steen die hebben ze op Corsica in de achterbak van de auto getild. Thuis heeft Ger er een gat in geboord voor een ijzeren stang waarop een grote betonnen papaverbol gestoken is. Opgeduikeld op Texel. ‘Ik had ooit als zilveren hangertje een fietsje. Dat fietsje is nu verdwenen, maar het heeft jaren op dat Corsicaanse rotsblok tegen die ijzeren staaf gestaan. Alsof ik op mijn fietsje naar de top was gefietst en nu maar uitrusten. We hebben heel veel gefietst.’

Van Den Haag naar Utrecht
Voor hun huwelijk kerkten Ger en Rini vooral in de Haagse Westduinkerk. Rini was actief in de evangelisatie. Dat was in de jaren vijftig. Namens de kerk probeerde je op straat het goede nieuws van de Bijbel te verkondigen. Op vrijdag- of zaterdagavond of zaterdagmiddag, ergens in het centrum van Den Haag. ‘Dan klom er een dominee bovenop een auto en die sprak dan de mensen toe. En ik stond er dan naast, naast die auto. Je probeerde zo mensen te vertellen van Christus en ze naar de kerk te krijgen. We organiseerden ook wel middagen, bijvoorbeeld in een gewoon café, waar mensen dan spelletjes konden doen en zo. Maar Ger en ik waren in Den Haag als tieners ook betrokken bij het clubwerk voor kinderen. Voor de kerk verzorgden we op middagen of avonden opvang voor kinderen, met spelletjes en knutselwerk.’
‘We trouwden op 28 juli 1960. Ger was werkstudent in Utrecht. Zonder overleg kocht hij zomaar een woonboot. In Montfoort. Ik was het helemaal met hem eens, maar een succes was die woonboot niet. Ik was daar helemaal geen figuur voor. Een woonboot, dat klinkt wel romantisch, maar zo’n ding lag met kabels aan de oever vast en je kon dus losraken én hij kon schuin komen te liggen. Ik weet nog wel dat de boot een keer zo schuin lag dat Jan, onze oudste, niet zomaar in de box kon. Ik heb er aan een kant stapels boeken onder geschoven. Dat viel nog niet mee, want het was een ronde box. Enfin, de boot hing nog even scheef, maar Jan lag recht.’
‘Na tweeënhalf jaar vond Ger het wel genoeg. Hij is in Utrecht huis aan huis gaan aanbellen met de vraag of er ergens misschien een huis in de verkoop zou komen. Zo werd hij naar een oude vrouw gestuurd die blijkbaar nogal gecharmeerd was van Ger – en dat was niet zo moeilijk want hij was een zeer vriendelijke en gemoedelijk man. Ze liet hem binnen. De vrouw had twee, uiteraard ook oude, broers in Den Haag en als die zouden instemmen dan mocht Ger het huis hebben. Zo kwamen we dus in de Utrechtse Willem Barentszstraat en in de Oosterkerk.

Oosterkerk wordt Tuindorpkerk
Daar zijn we gebleven totdat die sloot, zo rond 1980. Achteraf vind ik dat we eerder naar de Tuindorpkerk hadden moeten gaan. Daar was veel meer jeugd en de vriendjes en klasgenoten van onze kinderen kwamen er.
Maar goed, ook in de Oosterkerk zaten we in de evangelisatie, met allerlei clubactiviteiten. En we hebben er voor gezorgd dat er een crèche en een kindernevendienst kwamen.’
‘In de Tuindorpkerk voelden ons meteen thuis. Ger was erg geïnteresseerd in het jodendom en in het Oude Testament, dus die kwam bij dominee Huijser behoorlijk aan zijn trekken. Ik weet nog dat Ben (Rini’s zoon) het wat teveel poespas vond, vooral die responsies bij het gebed. Dat kon toch veel efficiënter in één keer, vond hij. Niet dat hij ook niet gevoelig kon zijn voor momenten van verstilling of muziek. Het was nog in de Oosterkerk dat er op het orgel prachtig variaties gespeeld werden op ‘De dorre vlakten der woestijnen’. Ben, vier of vijf toen, fluisterde tegen me: ‘Ik zie de kamelen lopen.’ En na afloop begon hij te klappen.’
‘Omdat we als gezin een bank vulden, vond Ger het niet meer dan logisch dat hij ouderling zou worden. Hij was een man van het gesprek. Nou, dat viel hem zwaar tegen. Hij kon er niet tegen dat mensen bij zijn bezoek gewoon de tv of de radio aan lieten staan. Zo was er geen gesprek mogelijk. Dat vond hij maar niks. Hij ging wel ander kerkelijk werk doen en ik nam zijn klus over. We organiseerden het zogenaamde groot huisbezoek en ik bezocht nieuw ingekomenen.

Van alle leeftijden
‘Intussen heb ik alle leeftijden gehad in de kerk. De laatste jaren, ook heel lang, was ik bejaardenouderling en regelde ik de diensten voor Tuindorp-Oost. Dat was veel werk waar ik erg van genoot, al lukte me dat niet goed na het overlijden van Ger. Want vergeet niet: weduwe zijn is hard werken, het is moeilijk. Het geregel werd gelukkig overgenomen, en nu… nu lijkt Tuindorp-Oost bijna verleden tijd. De ouderen die ik er bezocht, zijn overleden.’
‘Ik blijf wel werk doen voor de kerk nu ik afscheid neem van de kerkenraad. Ik blijf in de bloemengroep. Misschien kan ik daar zelfs meer voor gaan betekenen nu ik op zondag niet meer naar de diensten van een tehuis ga. Koffie schenken, wil ik ook wel. Maar mensen bezoeken, doe ik niet meer, niet als pastoraal werkster of ouderling tenminste, maar wel als Rini.’

‘Een mooie herinnering aan de kerk? Ik moet meteen denken aan het kerkje waarin mijn Franse kleinkinderen werden gedoopt. Anderhalf jaar geleden, met Kerst – dat kwam uit de koker van mijn dochter, Carenne. We zijn daar met de hele familie weer heen gegaan, naar de plek waar Ger en ik zo genoten toen de kleintjes er gedoopt werden.
Maar wat dacht je van de Tuindorpkerk? Hoe droevig ook, de uitvaartdienst van Ger was prachtig.’ ‘Maar ook wat daarna gebeurde. Je komt als je plotseling alleen bent, heel anders de kerk in. Maar Adri Hauer zei meteen: kom nou maar hier zitten. En toen ik een keer gezegd had dat ik tevreden was, maar wel heimwee had naar wat ik had,’ stond David van Dijk me op te wachten. Hij gaf me een zoen. Hij was erg gesteld geweest op Ger. Dat vind je dus ook in de kerk.’

Lijflied
Bijzonder dierbaar is me het slot van het Onze Vader Verborgen van Oosterhuis en Löwenthal ‘Van U is de toekomst, kome wat komt.’

Onze Vader verborgen
Uw naam worde zichtbaar in ons
Uw koninkrijk kome op aarde
Uw wil geschiede, een wereld
Met bomen tot aan de hemel,
Waar water schoonheid, en brood
Gerechtigheid is, en genade –
Waar vrede niet hoeft bevochten
Waar troost en vergeving is
En mensen spreken als mensen
Waar kinderen helder en jong zijn,
Dieren niet worden gepijnigd
Nooit één mens meer gemarteld,
Niet één mens meer geknecht.
Doof de hel in ons hoofd
Leg uw woord op ons hart
Breek het ijzer met handen
Breek de macht van het kwaad.
Van U is de toekomst
Kome wat komt...

‘Waarom ik dat zo mooi vind? Omdat het zo is. Ger zei dat hij niet wist hoe het verder moest met hem. ‘Maar de Schepper is zo goed geweest, dan zal Hij ook voor ons zorgen na de dood.’ Dat vond hij en dat geloof ik ook, al hoop ik nooit meer een afscheid als dat van Ger te hoeven meemaken. Ger hoorde tot het laatste zo bij me. De dokter noemde ons, net als bomen die met elkaar vergroeien. Je weet wel… Symbiose, ja, dat zei hij. Ger vond het trouwens erger om mij alleen te laten dan zelf te sterven. Dat was zijn zorg niet. Ik heb hem verteld dat ik sterk was en het wel zou redden. Dat dat niet helemaal waar was, hoefde hij niet te weten.’

Roodborstje
‘Dat schilderij daar van dat roodborstje daar heeft nog een heel verhaal. Ik hoorde geen vogels meer zingen. Dat was aan de Willem Barentszstraat heel gewoon, maar ineens waren er geen vogels meer. Daar zou Ger maar eens voor moeten zorgen, voor vogels, zei ik een keer. Carenne was erbij. En later die dag op het kerkhof ging er een roodborstje op mijn schoen zitten. Daarna op mijn andere schoen. Toen ging hij pal voor Carenne zitten en daarna op een plantje op het graf. ‘Nou, ik ben niet zo gevoelig voor dit soort dingen,’ zei Carenne toen, ‘maar hier moet pa toch achter zitten.’ Daarna maakte ik dat schilderijtje.’

Spreuk
Je wilde nog een spreuk. Daar heb ik over nagedacht. ‘Laatst had Piet Jan het over het gebed. Of hij het zo gezegd, heeft weet ik niet maar mij zijn als woorden bijgebleven: ‘Bid om dankbaarheid, vreugde en hoop.’ Dat houd ik graag vast. De strijd tegen de eenzaamheid blijft, maar als je dit maar ziet, dat je redenen hebt om dankbaar te zijn, om blij te zijn en dat de toekomst hoopvol is, dan kom je wel verder.’

Len Borgdorff