Nabij met zegende handen

Hij (Jezus) nam hen (Zijn leerlingen) mee de stad uit, tot bij Betanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende hen.

 

Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.”
Lucas 24: 50 en 51

Handen die ons zegenen
Deze vertelling uit het Evangelie van Lucas van de Hemelvaart van Jezus verwerkt Jan Wit in lied 662 uit het Nieuwe Liedboek: “Uw woord doet telkens weer / de harten branden. Gij blijft nabij, o Heer, / met zegenende handen.”
De Hemelvaart heeft door de eeuwen heen veel kunstenaars geïnspireerd, wat tot prachtige voorstellingen heeft geleid. De dichter Jan Wit heeft, omdat hij blind was, zelf nooit tekeningen of schilderijen van de Hemelvaart kunnen zien. Misschien hebben zijn vrienden ooit de beroemdste schilderijen voor hem beschreven, maar dat maakt een andere indruk, dan wanneer hij deze met eigen ogen gezien zou hebben. Voor zijn gedicht over de Hemelvaart moest hij zich laten leiden door de letterlijke tekst van Lucas.
Wat hem moet zijn opgevallen in de bijbelse beschrijving, zijn de zegenende handen van Jezus, door hem genoemd in het derde vers. Deze handen die zegenen verstaat Jan Wit als het teken dat Jezus ook in de tegenwoordige tijd ons nabij is. De meeste traditionele voorstellingen van de Hemelvaart benadrukken het afscheid en het weggaan van Jezus. Daar past ook naam bij van de zondag die valt tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren. Deze zondag heet Wezenszondag. Jezus is naar de hemel gegaan. Hij zal terugkomen, maar nu, in onze tijd, moeten we het zonder Hem stellen.
Jan Wit legt echter een ander accent. Hoewel Jezus niet in ons midden is, is Hij ons wel nabij met handen die ons zegenen.

Zegening
In de bijbelse traditie is het de zegening die niet toelaat dat God van mens en wereld gescheiden wordt of dat de mens van God en de wereld wordt losgemaakt. De zegening verenigt God, mens en wereld en houdt vast dat deze met elkaar zijn verbonden. In het verlengde van de betekenis van de zegening voor de bijbelse en joodse traditie ligt de betekenis van de zegening die Jezus zijn leerlingen meegeeft. Door Hem zijn wij met God, maar ook met de wereld waarin wij leven, verbonden.
Als de wereld zich afwendt van God en zich daarnaast ook nog eens tegen ons keert, dan is onze verbondenheid met God onze enige houvast en hoop. Daarom kan de dichter van psalm 64 bidden: “Hoor mijn stem, God, hoor mijn klacht, behoed mij voor de dreiging van de vijand, ...” Het beeld van de zegenende handen waarmee Jezus ons nabij is, helpt ons om te vertrouwen dat God ons hoort en behoedt, zelfs in de allerdiepste duisternis.

Het beeld van de zegenende Christus
Jochen Klepper is de dichter van het adventslied “De nacht is haast ten einde” (NLB 445). In het Nieuwe Liedboek staan nog twee liederen van hem: 250 en 947. Het kerstlied ‘’Kind, nu wij om U vrolijk zijn’’ , in het oude liefboek gezang 155, is door de samenstellers van het Nieuwe Liedboek afgewezen. Met kerst wil natuurlijk niemand zinnen zingen als “Vlakbij uw kribbe gaapt het graf. Kyrie eleison.’’ Het kerstfeest moet een vrolijke en feestelijke boel zijn en tussen de bekende liederen past geen lied dat zulke droevige, donkere zinnen bevat. Maar wat als het je wereld is? Wat als het de realiteit is, waarin je je weg moet zoeken? Wat als met kerst het licht verduisterd wordt door vijandschap en dreiging? Dan zing je wel anders.
In 1942, vlak voordat zijn Joodse vrouw en stiefdochter naar een concentratiekamp gedeporteerd zullen worden, pleegt Jochen Klepper samen met hen zelfmoord. Om mogelijke bezoekers te waarschuwen hangen ze aan de deur naar de keuken een briefje, waarop staat te lezen: “Voorzichtig. Gas.”
In zijn allerlaatste dagboeknotitie komt het beeld van de zegenende handen van Jezus terug: “Wij sterven nu – ach, ook dat hebben we bij God neergelegd. Wij gaan vannacht samen de dood in. Boven ons staat in de laatste uren het beeld van de zegenende Christus, Die voor ons strijdt. In Diens aanblik eindigt ons leven.”
Het beeld van de zegenende Jezus door wie wij met God verbonden zijn spreekt, waar wij met stomheid zijn geslagen.

(Onder de schaduw van Uw vleugels. Jochen Klepper. Een selectie uit zijn dagboeken (1932-1942). Uitg. Royal Jongbloed, Heerenveen 2015)

Ds. P.J. Rebel