Omgaan met verlies en rouw. Een terugblik.

Op 21 maart j.l. organiseerde het PMP de jaarlijkse avond voor bezoekmedewerkers en

andere belangstellenden. Thema dit jaar was: Omgaan met mensen die te maken hebben met verlies en rouw. Gastspreker was Ouderenconsulent Irene Stok, die net als vorig jaar een boeiende presentatie hield. De beamerbeelden werden afgewisseld met verhalen, informatie, uitwisseling van ervaringen en opdrachten. Een samenvatting:

1.Rouw en verlies.
Iedereen maakt verliezen mee in zijn/haar leven. Als bezoeker namens de kerk en als medemensen hebben we te maken met mensen die verliezen hebben geleden en daar nog steeds aan lijden.
1.1. Waarover mensen kunnen rouwen.
Rouw komt voort uit een verlies. Er zijn veel 'soorten' verliezen in een mensenleven:
Verlies van dierbare mensen of dieren door overlijden of verlies van mensen aan het leven: echtscheiding, ruzie, verwijdering enz.
Materiële verliezen: woning, inkomen, spullen door diefstal. En ook verlies van een kerkgebouw dat gaat sluiten en daarmee verlies van een gemeente van contacten.
Verlies van mogelijkheden door b.v afnemende gezondheid.
Verlies van idealen of niet vervulde wensen...

1.2. Wat is rouw
Dat mensen met verliezen te maken hebben is onderdeel van het leven; de kunst/de uitdaging/opdracht is hoe je er mee omgaat.
Rouw is de andere zijde van liefde.
Rouw heeft met drie zaken te maken:
-Impact - het ene verlies heeft meer gevolgen dan het andere.
-Coping - de manier waarop mensen met problemen/situaties omgaan.
-Support - de steun die er is, bv wel of geen netwerk van mensen om je heen hebben.
Wie ouders verliest, verliest het verleden
Wie een partner verliest, verliest het heden
Wie een kind verliest, verliest de toekomst.

Wie ouders verliest, heet een wees
Wie een partner verliest heet een weduwe of weduwnaar
Voor ouders die een kind hebben verloren, is geen naam.

2. Rouwproces
Rouwen is niet van de ene op de andere dag over. Je kunt je zelfs afvragen of het helemaal over moet zijn. Er zijn verschillende theorieën over rouwen. Veelal wordt rouwverwerking gezien vanuit de tijd: een rechtlijnig fasen-model met een begin en...met een eind.

2.1 Kübler Ross
De Zwitserse psychiater Elisabeth Kübler-Ross heeft onderzoek gedaan bij mensen die stervende waren en daar heeft ze vijf fasen ontdekt. Deze fasen worden ook toegepast op mensen in de rouw. Niet iedereen was het eens met de zienswijze van deze arts.
De vijf fasen zijn:
Fase 1-ontkenning
Fase 2-woede
Fase 3-Onderhandelen
Fase 4-Depressie
Fase 5-Aanvaarding

2.2. Ander beeld: labyrint
Wim ter Horst schreef het boek "Over troosten en verdriet" en hij gebruikt het beeld van een labyrint. Als je door een labyrint loopt, kun je denken dat je bijna bij het 'eindpunt' bent maar dan buigt je weg weer af. Dat ervaren rouwenden ook: je denkt dat het wel weer gaat. Je hebt het gevoel dat je je leven weer op de rails hebt en dan opeens....ben je terug bij af.

3.Verhalen vertellen en herdefiniëren van verlies
Verhalen vertellen, over je verlies praten, is van belang. Je brengt de overledene, het verlies weer in herinnering. Je plaatst het verlies, degene die je verloren bent, in jouw levensverhaal. Dat is niet statisch- een plek geven en klaar- maar het verlies verandert steeds door je verhaal weer te vertellen (en weer en weer) aan een ander. Door het vertellen ontstaat er reflectie, herdefiniëren.
Verlies gaat dus nooit-helemaal-over, we leren er mee te leven (of niet...).

3.1. Duaal rouwen
Een nieuw 'model' over rouwen is het duaal rouwmodel. Rouwen heeft twee richtingen: het verleden en de toekomst. Denk aan een roeiboot met twee spanen.
De ene roeispaan is verliesgericht. Mensen zijn bezig met het verlies. Ze zijn gericht op het verleden. Er is verlangen en gemis.
De andere roeispaan is herstelgericht. Het is gericht op de toekomst. Het gaat over verder gaan, je leven herinrichten na het verlies dat op je weg kwam.
Roeien met de riemen die je hebt.
Je stapt als rouwende in een roeiboot die schommelt: waar ga je zitten? Welke roeispaan pak je eerst, hoe zorg je dat de boot niet omvalt? Wil je wel echt vooruit? Of ben je zo aangeslagen dat je dat niet weet?
Iedereen die te maken krijgt met een betekenisvol verlies komt in onrustig water terecht. Ze raken vaste grond kwijt en het vraagt kracht en energie om de boot alleen al in evenwicht te houden. Je kunt best een tijd gewoon maar met één roeispaan roeien zodat je rondjes draait, maar niet voor lang. Als mensen op de lange duur alleen maar met één roeispaan roeien, dan komen ze niet echt vooruit. Dan kan er sprake zijn van verstoorde rouw en dan is eventueel therapie nodig. Dat is het geval als het gedrag lang duurt en ontwrichtend werkt.
Voorbeeld:
- Een vrouw die 10 jaar na het overlijden van haar partner nog steeds de tafel dekt voor twee.
-Een man die iedere dag naar het graf van zijn vrouw 'moet'.
-Een vrouw die niet mag/kan praten over een doodgeboren kind.
-Gescheiden persoon die al 15 jaar wacht tot ex-partner terug komt.
-Ouders die blijven wachten op hun kind dat met ruzie weg is gegaan.
-Iemand die totaal niet rouwt.
Voor mensen in zulke situaties is professionele hulp nodig.

Wat wij als bezoekvrijwilligers, vrienden, buren of medemensen kunnen doen is luisteren naar het verhaal van de ander. En kijken of beide roeispanen gebruikt worden. Als iemand alleen over vroeger praat, vraag dan ook eens naar de plannen voor de toekomst. Als iemand het alleen maar over de toekomst heeft, vraag ook eens hoe het vroeger was.
Je kunt mensen vertellen dat er geen recept is voor rouw, dat de eigen manier goed is. De meeste mensen weten heel goed wat passend voor hen is.

4. Praktische handvatten
Wat kun je doen:
* luisteren, luisteren en blijven luisteren. Het herhalen van het verhaal kan de persoon in rouw helpen bij het rouwproces en het accepteren van de dood of het verlies. Door over iemand te praten, is iemand weer aanwezig. En dat kan troostend zijn. En vertellen helpt om het gebeuren een plek te geven in het levensverhaal van mensen.

* trouw blijven komen en luisteren of samen in stilte zitten als iemand niet kan praten. Je kunt ook veel steun bieden door er gewoon te zijn, zelfs in stilte. Wanneer je niets weet om te zeggen, kun je een schouderklopje geven, een knijpje in iemands hand, of wanneer je aanvoelt dat dit kan, kun je iemand een knuffel geven.

* benoem wat je ziet, zonder oordeel maar om de ander uit te nodigen te vertellen.

* Stel open vragen: Hoe gaat het? Wat betekent dit voor jou/u? Vul niet in hoe het voor iemand voelt.

* niet schrikken wanneer de overleden persoon ter sprake komt. Wanneer er ruimte voor lijkt te zijn, stel vragen, zodat de persoon in rouw ruimte voelt om het verlies te bespreken. Dit kun je al doen door de simpele vraag te stellen:"Vind je het fijn om er even over te praten?"

*Realiseer je dat mensen een levenslange relatie met broers en zussen hebben. Vraag bij het overlijden van een broer of zus wat hij of zij betekend heeft voor degene die achter blijft. Of vraag: Hoe was jullie relatie?

* accepteer en respecteer alle gevoelens.

* blijf contact zoeken, ook na lange tijd. Kom langs, stuur een kaart, of bel eens op.

* blijf steun geven op belangrijke dagen., feestdagen, verjaardagen....

* bied steun en bevestiging, zonder bagatelliseren van het verlies. Ook als je zelf iets vergelijkbaars hebt meegemaakt, vertel niet dat je weet hoe het voelt. Verdriet is niet met verdriet te vergelijken, en iedereen ervaart rouw en verlies op zijn/haar eigen manier.

* Wees voorzichtig met troosten. Opmerkingen als: "u heeft toch nog twee kinderen, bij het overlijden van een kind", is heel pijnlijk.

* Wees ook voorzichtig met opmerkingen over 'na de dood': "Hij of zij is nu op een betere plek".

* Begin geen zinnen met "Jij moet". Wanneer iemand in de rouw is kan dit heel hard over komen.

* Als iemand een partner is verloren, kan het moeilijk zijn om de eerste keer na de uitvaart, weer (alleen) naar de kerk te gaan. Stel voor dat je iemand ophaalt, dat je samen gaat. Of wacht iemand bij de deur van de kerk op en vraag of je naast hem of haar zal komen zitten.

* Overweeg of je als kerk een rouwgroep wilt oprichten.

Conclusie
Steun geven aan iemand die rouwt is niet gemakkelijk. Er zijn ook geen gouden regels voor. Het belangrijkste is er gewoon te zijn voor deze persoon. Bied een luisterend oor en warmte aan. Laat de persoon weten dat je hem/haar wilt steunen op welke manier ook.

Dit is een samenvatting van de hand-out die Irene Stok meegaf na afloop van de bijeenkomst. In de hand-out staan ook nog teksten om met mensen te lezen, gedichten, bijbelteksten, gebeden en verhalen. En tot slot een literatuurlijst om meer te lezen over rouw en verlies.
Zorg dat u er volgend jaar ook bij bent, want in één avond kun je een stuk wijzer worden over belangrijke onderwerpen waar we in de kerk mee te maken hebben.

Namens het PMP,
Corrie Kamphof
Tel: 030- 2731162
E-mail: corrie.kamphof@gmail.com