Uit de Kerkenraad, maart 2019

Vanwege de ellendige aanslag op het 24 Oktoberplein en de commotie die deze in onze contreien teweegbracht, werd de kerkenraadsvergadering van maart een week uitgesteld en zo zaten we op 25 maart in een steeds slechter verlichte Blauwe Zaal.

Wij van de kerkenraad zijn niet voor één gat te vangen en indachtig het verhaal van Mohammed en de berg (we kijken ook over onze eigen godsdienstige grenzen) verplaatsten we ons naar dat deel van de zaal waar het licht nog wel kon stralen, ook in de wetenschap dat bij de volgende vergadering, in mei, in die Blauwe Zaal alles anders is. Wist je trouwens dat er in verband daarmee nog helpende handen gewenst zijn op vrijdag 26 april? Dan moet bijvoorbeeld het oude plafond worden afgevoerd, en dus ook de verlichting die tijdens deze vergadering als een haren zak boven ons hing.

We beginnen met de vraag uit een tekst van Augustinus, die ook te vinden is op bladzij 1350 van het Liedboek.
‘Maar wat heb ik lief als ik u liefheb?
Niet een mooi lichaam,
geen schoonheid die voorbijgaat,
geen licht dat onze ogen graag zien […].’

De Groene Kerk
We praten met Robert Quast en Annette Kerkstra. Zij vertegenwoordigen de werkgroep De Groene Kerk en we kijken terug naar de aandacht voor de weerbarstige materie die klimaatbewustzijn heet. We denken er niet allemaal precies hetzelfde over, maar dat bewustzijn op dit punt ons kan helpen bij het zetten van verantwoorde vervolgstappen, is duidelijk. Het blijkt trouwens helemaal niet mee te vallen om denken om te zetten in doen, omdat het ingrijpt of in kan grijpen in je vertrouwde levensstijl. Daarom is het goed als je daar met elkaar ook mee bezig kan zijn.
Tegelijkertijd vraagt de werkgroep zich af in hoeverre de kerkenraad dat milieubewustzijn omzet in beleid. We hebben immers het predikaat Groene Kerk.

Hier en nu in de kerk
In de jaren tachtig wilde men in de literatuur wat meer straatrumoer. Datzelfde idee heb ik als ik hoor hoe belangrijk we het vinden wanneer in onze diensten de actualiteit doorklinkt. Dat kan zijn door de muziekkeuze en andere inbreng van jongeren, maar ook wanneer een predikant ingaat op wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Daar is trouwens helaas vaak geen ontkomen aan, voor een kerk in de wereld.

Waarover spraken zij, die mensen in die Blauwe Zaal, nog meer? Over de site, over aanstellingen, over Tuindorp-Oost, over de kosten van mensen die officieel bij onze kerk zijn ingeschreven, maar nooit komen en ook geen financiële bijdrage leveren. Over de van een calamiteitenoefening. Over de prachtige muziek waarop invalorganisten ons trakteren.
Een weerbarstige kwestie blijft die van de onvervulde taken en taakjes. Hulpkosters, een ouderling voor de liturgie om me te beperken tot wat me het eerst binnen schiet.

Na afloop nemen ondergetekende en broeder Scholten het reilen en zeilen nog eens door en zij besluiten om vooral bij de Tuindorpkerk te blijven.

De Loftrompet
Weldra, mogen we hopen, is Wouter Koelewijn uitgespeeld als veelvuldig invallende organist. Wat er gaat gebeuren is nu nog gehuld in de nevelen van de toekomst, maar wel kunnen we vaststellen dat a Henk Walvoort telkens weer een goede organist achter onze Ruprecht wist te krijgen en b dat Wouter Koelewijn het hem in dezen makkelijk heeft gemaakt door niet alleen heel vaak in te vallen maar dat ook nog op voortreffelijke wijze te doen. Punt c is het feit dat hij zijn dochtertje telkens meenam. Wat een lief kind. Dat was noodzaak, want het meisje heeft een al even muzikale moeder die ook elke zondagmorgen ergens achter een orgel zit, maar daar is geen kinderopvang. Dat brengt ons bij d. Op deze manier heeft Wouter ook de crèche van de Tuindorpkerk gevitaliseerd. Hier past de loftrompet.
Nu luisteren wij liever naar Wouter achter ons orgel dan dat we zelf een beetje op onze loftrompet gaan staan toeteren. Daarom reiken we hem die hierbij aan in woorden, op papier. Hij mag er zelf muziek van maken.

Len Borgdorff