Uit de kerkenraad, zomer 2017

‘Tot de zomer,’ zei Wim Verkerk, ’dan houd ik er echt mee op.’ 

 Of hij dat zei om ons ervan te overtuigen dat er nu echt iets moest gebeuren, of om zichzelf te overtuigen, dat is me niet helemaal duidelijk geworden. Gelukkig is Friso Smits bereid om onze nieuwe man met de hamer te worden. Tijdens de kerkenraadsvergadering in juni zullen we nog uitgebreid stilstaan bij het vertrek van Wim, die ons zoveel jaren (meer dan ik vingers heb om te kunnen tellen) in het gareel hield en onze Tuindorpkerkelijke belangen diende. Op de Startzondag van 3 september ontslaan we hem als gemeente van zijn voorzittersverplichtingen en zal Friso als zijn opvolger in het ambt van voorzitter bevestigd worden.

Brahman zonder Wim

Om ons er alvast aan te laten wennen trok Wim zich met familieleden en geliefden terug voor een weekje Ierland. Je weet wel: het land vanwaar het christendom zich ook over Utrecht heeft verspreid. Dat deed hij dus precies in de week waarop de kerkenraad vergaderde. Mij zong op 15 mei een gedicht door het hoofd dat J.A. dèr Mouw voor het eerst publiceerde in 1919. Het gaat me alleen om de eerste regel, maar het gedicht is te prettig om niet helemaal over te nemen.

Even voor de goede orde: Brahman is in het hindoegeloof de aanduiding van volstrekte, ondeelbare zuiverheid, een aan het goddelijke grenzende staat van zijn. Dèr Mouw is in zijn leven steeds meer naar het hindoeïsme opgeschoven, overigens zonder zijn gevoel voor humor te verliezen, wat op zich trouwens een hindoeïstisch trekje is.

'k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid

'k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid.
Ik doe in huis het een'ge dat ik kan:
'K gooi mijn vuilwater weg en vul de kan;
Maar 'k heb geen droogdoek; en ik mors altijd.

Zij zegt, dat dat geen werk is voor een man.
En 'k voel me hulp'loos en vol zelfverwijt,
Als zij mijn lang verwende onpraktischheid
Verwent met wat ze toverde in de pan.

En steeds vereerde ik Hem, die zich ontvouwt
Tot feeërie van wereld, kunst en weten:

Als zij me geeft mijn bordje havermout,
En 'k zie, haar vingertoppen zijn gespleten,

Dan voel ik éénzelfde adoratie branden
Voor Zon, Bach, Kant, en haar vereelte handen.

Door mijn hoofd zong op de dag van die kerkeraadsvergadering van 15 mei als variant door het hoofd:

‘Wij zijn Brahman maar we zitten zonder Wim.’ En Friso is er nog niet: die komt pas na de zomer. Voor deze vergadering nam daarom Mendé Scholten het voorzitterschap waar.

Intussen is broeder Verkerk niet de enige die de kerkenraad verlaat. We begonnen deze vergadering met het afscheid van Siemen van Ditmarsch, de man die zich als ouderling om onze jeugd bekommerde en zich onvergetelijk maakte met zijn lichtjesavond en met de coördinatie van de vrijmarkt, nu in goede handen bij Mattias Wimszoon. Voor Siemen is nog geen opvolger gevonden. Ik zeg: er is nog geen nieuwe jeugdouderling gevonden.

Bonhoeffer

Gelukkig zijn we in de kerkenraad niet alleen praktisch bezig. Daarom doet het me zoveel plezier om te kunnen zeggen dat het belangrijkste punt van de vergadering de bespreking was van een deel van de preek die Dietrich Bonhoeffer hield in 1926. We herkenden daarin de onrust over en verontrusting vanwege het wel en wee zoals wij die ervaren als we om ons heen kijken. Bonhoeffer had een antenne voor wat er negentig jaar geleden allemaal speelde in het volledig uit balans geraakte Duitsland en ook voor het in zijn ogen niet terechte optimisme over de toekomst dat toen hier en daar de kop op begon te steken. Toch, zo merkten we, is de grondtoon van Bonhoeffer uiteindelijk ook optimistisch, een realistische kijk zit vertrouwen niet in de weg. Tussen het onkruid, tussen de afgoden, tussen wat ons verontrust, groeit ook Gods rijk. We moeten de wereld goed onder ogen zien, maar ons realiseren dat het werk van God doorgaat, ook als ons zicht daarop wordt belemmerd. Intussen moeten we, juist omdat het er alle twee is, wel bereid zijn om aan te pakken en niet bang zijn om onze handen vuil te maken.

Na dit aangename hoogtepunt van de vergadering pakten we de resterende agendapunten aan, waarbij Lidy Terpstra, tijdens de rondvraag, vertelde dat ook voor haar de kerkenraadsvergadering van juni de laatste zal zijn.

Loftrompet

Pas in de rondvraag vertelt Lidy Terpstra dat zij volgende maand het ouderlingschap zal neerleggen. Over bescheidenheid gesproken! Van iemand met een staat van dienst als zij heeft, mag je verwachten dat die dat ruim van tevoren en met blokletters in een kloek formaat een afscheid aankondigt, maar zo is het dus niet gegaan. 25 jaar was zij ouderling, weliswaar steeds met wisselende taken, maar dat geeft juist aan dat Lidy onze kerk niet alleen zo trouw heeft gediend, maar ook dat wij hebben mogen profiteren van haar veelzijdigheid. De laatste jaren vooral als ouderling voor ouderen, maar niet minder als onze wijknetwerker. Luister naar de loftrompet voor Lidy…

En zo had onze Hernhutter Lidy op deze bijeenkomst van de kerkenraad het laatste woord. Maar ze had ook het eerste, want zij opende de vergadering met psalm 121 in de vertaling van de Bijbel in gewone taal en omdat ik die zo mooi vond, gebruik ik als omega van dit stukje de alfa van Lidy. Psalm 121 is een lied voor de reis naar Jeruzalem

De Heer zal je beschermen

Ik kijk omhoog naar de bergen.
Daar komt mijn hulp vandaan.
Daar is de Heer, hij helpt mij.
Hij heeft de hemel en de aarde gemaakt.

De Heer zorgt ervoor dat jou niets overkomt.
Hij beschermt je, hij slaapt niet.
Hij slaapt nooit, hij let goed op.
Hij beschermt zijn volk Israël altijd.

De Heer beschermt je.
Hij gaat met je mee,
bij hem ben je veilig.
Er overkomt je geen kwaad,
niet overdag en niet in de nacht.

De Heer zal je steeds beschermen,
het kwaad zal je niet raken.
De Heer beschermt je,
overal, waar je ook gaat,
je leven lang.

Een goede zomer!

Len Borgdorff