Uit de kerkenraad van april 2018

Toch nog even. Ik moet even terugkomen op het verslag uit de kerkenraad zoals dat te lezen was in de Mozaïek van april. Dat was immers geschreven voordat de daarin verslagen vergadering had plaatsgevonden. Het zou zomaar kunnen zijn dat er het een en ander gecorrigeerd moet worden. Of er zouden aanvullingen kunnen zijn. Beide zijn het geval.

Correcties

Over details zullen we maar niet struikelen, laten we dat af spreken. Dus we hebben het er niet over dat broeder Scholten bij de opening met een andere tekst kwam of dat niet alleen broeder Sytema maar ook zijn opvolger zuster Kerkstra iets kwamen vertellen over KIT en laten we vooral zwijgen over de vergissing van de scriba waardoor zuster Verweij niet in staat was haar verhaal over het vrijwilligerswerk voor het PGU te doen. En er is nog een vergissing, en dan nog wel eentje waarbij de andere helft van het echtpaar Verweij (en nu check ik toch even of het inderdaad i en j is en niet y) geen recht werd gedaan.

In het verslag stond namelijk dat broeder Verweij broeder Siderius opvolgt als penningmeester van de kerk. Dat is wel juist, maar dat geldt niet voor de toevoeging: ‘hij wordt geen kerkrentmeester.’ Dat wordt (intussen, is) hij juist wel. Maar hij wordt geen ouderling; hij wordt niet bevestigd in het ambt, zogezegd. En dat betekent dus in zekere zin dat hij opereert onder de daardoor toegenomen verantwoordelijkheid van broeder Van Marle, die als voorzitter van de kerkrentmeesters wél in het ambt is en bovendien deel uitmaakt van het moderamen. Als u dit allemaal te ingewikkeld vindt, dan kan ik u vertellen dat het allemaal nog veel ingewikkelder is.

Daar kom ik achter door even stille als vriendelijke terechtwijzingen van broeders en zusters uit de Tuindorpkerk die dat allemaal weten, maar ook doordat ik af en toe andere bijeenkomsten bezoek waar kerkbestuurders elkaar ontmoeten. Zo ben ik intussen een paar keer bij een classisvergadering geweest. Ook daar buitelen de termen en dwarsverbanden door elkaar; bovendien zijn ze daar net met een ingrijpende verbouwing bezig. En vorige week was er een ontmoeting van scriba’s waarbij er ook weer heel veel voorbij kwam waar ik niet van wist of nooit eerder over nadacht.

Cursus

Het geeft in dat opzicht wel te denken, dat de kerkenraad, een beetje ruim genomen, sinds een jaar zeven nieuwe ambtsdragers kent. Ja, ja, we mogen heel blij zijn dat er telkens weer broeders dan wel zusters zijn die ouderling of diaken willen worden, maar je vraagt je toch af van hoeveel toeten en blazen die nieuwelingen wel weten. Welnu, ter geruststelling: vijf van de zeven hebben zich intussen opgegeven voor een cursus voor verse ambtsdragers. Dus straks weten die van toet en blaas en hoed en rand.

Ter voorbereiding van de eerste cursusavond nam ik het materiaal even door en daarin vind je al die taken en ambten. Misschien komt er dus een tijd dat ik weet wie ik ben en wat ik doe. Als lid van de kerkenraad dan. Verder durf ik niet te gaan.

Toekomst

Tot zover de vergissingen en de wijze waarop wij die proberen te pareren. Nu volgt wat niet in het verslag stond. Dat betrof de toekomst. Nu even opletten graag.

Het valt nog niet mee om de plannen die we hebben goed in te kaderen, maar langzaam maar zeker wordt een en ander helderder. Dat is ook wel nodig omdat ‘De reisgids voor een kerk met passie’ onze beleidsagenda was voor de periode tot en met 2018. Er waren kernwoorden, maar die zullen nog even op hun bestendigheid getest moeten worden. Dat geldt ook voor het voorstel tot inkadering, hoe veelbelovend dat er ook uitziet.

De jeugdouderlingen ontvouwden hun verdergaande plannen en benoemden hun speerpunten waarbij laagdrempeligheid een sleutelwoord was én de koppeling van kinderen en ouders: betrek ook ouders bij wat de kerk voor en met kinderen doet. Voorbeeldje: een kind dopen is één, maar belangrijk is ook om met de doopouders in gesprek te blijven en die ouders ook met elkaar te laten praten. Dat geldt misschien ook voor ouders van catechisanten.

De liturgiecommissie wil ruimte bieden aan experimenten rond onze kerkdiensten. Dan gaat het niet alleen om de inhoud, maar ook om de organisatie en de tijden ervan.

Verder willen we een duidelijker overzicht hebben van wat ons in een jaar te wachten staat. We willen een jaarprogramma. Niet alleen om wat ruimer van tevoren te weten en te laten weten wat er stapel staat, maar ook om een en ander op elkaar af te stemmen én om onszelf uitdrukkelijk uit te nodigen om iets te ondernemen. U kent dat misschien ook wel: als mij gevraagd wordt of ik over een half jaar een workshop of zo wil geven over dit of dat, is dat nog zo ver weg dat ik makkelijk ja zeg en de afspraak in mijn agenda zet. Daar krijg ik wel eens een beetje spijt van als de datum in kwestie nadert, maar afspraak is afspraak en bij nader inzien ben ik toch blij dat ik ja gezegd heb. Zoiets.

Gemeenteberaad

Dat is nogal wat. Daarover willen we in juni aansluitend op de ochtenddienst een gemeenteberaad organiseren. Welke zondag? Als we nu een jaarplanning hadden gehad had ik nu kunnen verwijzen naar de agenda op de website. Maar nu hebben we zo’n planning nog niet. Ik kan wel weer op een beslissing vooruitlopen en een datum noemen, maar mijn ervaring met de vorige vergadering noopt tot enige voorzichtigheid. Dat is wel jammer, want het toeval wil dat ik bij de volgende kerkenraadsvergadering niet aanwezig kan zijn. Graag had ik opnieuw van te voren een verslag geschreven, maar dat moet ik maar niet een tweede keer doen.

Len Borgdorff

PS Toch nog even met onze gewaardeerde voorzitter overlegd. Hij opteert, onder voorbehoud, voor een

gemeenteberaad op zondag 3 juni.