Uit de Kerkenraad, Aug 2018

Een pingeltje op mijn telefoon herinnert me eraan dat de kopij van de Mozaïek morgen moet worden ingeleverd.

 Daarom schrijf ik jullie vanuit het buitenverblijf van enkele gemeenteleden. Dat is een van de vele geneugten die het ambt van ouderling met zich mee brengt: bezoekers van de Tuindorpkerk staan te trappelen om je hun tweede huis voor een tijdelijk verblijf aan te bieden. Eergisteren bijvoorbeeld nog een mooi pand in een waterrijke omgeving.

Uiteraard gaan Mente en ik niet alleen zeer discreet maar ook uitermate kritisch met deze aanbiedingen om; het eerste om de gulle gemeenteleden niet in verlegenheid te brengen, het tweede omdat we niet zomaar alles accepteren. De keuze is meer dan toereikend en je kunt zowel in het binnen- als in het buitenland terecht voor een fraai gelegen onderkomen van een altijd meer dan bovengemiddelde kwaliteit. Jammer alleen dat de reiskosten niet vergoed worden en dat je zelf moet koken, als je eens een keer niet buiten de deur gaat eten tenminste.

Maar laat ik stoppen met deze onzin en me richten op de kerkenraad.

In de achteruitkijkspiegel

In juni namen we intern met een, ja, toch weer, etentje afscheid van Rini van Zeggelaar en Hans-Paul Siderius, deze keer een etentje náást de deur, want we zaten in de tuin van de Tuindorpkerk. Voorzitter Friso gaf vlak voor de vergadering de voorzittershamer over aan Mendé omdat hij zelf namens de Tuindorpkerk aanwezig moest zijn bij de Algemene Kerkenraad. Nieuwe punten bespraken wij niet zozeer: we regen het seizoen af, zou je kunnen zeggen en legden een patroontje klaar voor het komende seizoen. Jammer dat we Friso daardoor niet even konden bedanken voor het betrokken en voortvarende voorzitterschap dat hij in zijn eerste jaar betoonde. Dat schept verplichtingen voor de toekomst, dat dan weer wel.

Door de voorruit

Een van de terugkerende motieven in het borduur- of breiwerk van het komende seizoen zal zijn het experiment met vernieuwingen in de dienst, in de communicatie en in de benadering van mensen die wij het van harte gunnen om zich ook in onze kerk thuis te gaan voelen. De scepticus in mij fluistert dat ik deze prachtige volzin ook een jaar of langer geleden in een stukje had kunnen gebruiken, maar dan doe ik geen recht aan de situatie. Meer dan toen realiseer ik me dat kerkenraadsleden al veel tijd aan hun kerkenwerk besteden en, secundo, dat de ‘blijde boodschap’ van het nieuw en anders niet op de eerste plaats van een kerkenraad hoeft te staan. Ten derde: we moeten wel goed weten wat we willen en kunnen en hoe we dat zouden moeten doen. We haasten ons langzaam. Ten vierde komen er steeds kwesties tussen door, zoals een wet op de privacy waarover we ons moeten buigen, of een kerkmusicus die er niet meer is, om maar iets te noemen. Een ten vijfde was er ook, maar dat ontschiet me even.

In september willen we de kerkenraadsvergadering vooral gebruiken om onze plannen zo concreet te maken dat we daarover tijdens een Gemeenteberaad in oktober met elkaar in gesprek kunnen. Verder willen we proberen de zaak jaarlijks iets planmatiger aan te pakken, met behulp van een jaar programma. Daarvan willen we een eerste proeve presenteren op de startzondag.

Vrijwilligers tikken orde van dienst

Graag sta ik nog even stil bij een onverwacht neveneffect van het vertrek van Willeke. Zij verzorgde namelijk ook zeer regelmatig de orde van dienst, je weet wel dat gedrukte exemplaar dat je iedere zondag wordt aangereikt. Dat werk wordt nu nog verzorgd door Els Smits, die het ook coördineert, en door Mariëtte Goudzwaard. Twee personen. Dat is wel heel erg weinig. Volgens mij komt het hierop neer: als iemand zich eens in de maand of eens in de twee maanden één of anderhalf uur in de torenkamer opsluit en achter de computer gaat zitten, dan mag zij of hij daarna weer weg met de opwekkende gedachte zojuist iets schoons verricht te hebben.

Voor wie meer wil weten: Els en Mariëtte weten er het fijne van.

De loftrompet

Hij zingt, hij regelt, hij wordt voortdurend ingeschakeld als iets mooi moet worden vormgegeven. Een stille kracht, al jaren, de zachte motor achter de papieren en de digitale Mozaïek. Voor Reitze Verkerk klinkt de donkere, sonore en lang aangehouden toon uit de loftrompet alsof je een didgeridoo hoort.

Len Borgdorff