Uit de kerkenraad, october 2018

De helling : Het boek De aansprekers van Maarten ’t Hart opent met ‘De havenkade’. In dat eerste hoofdstuk maakt hoofdpersoon Maarten ’s avonds nog even een ommetje langs de haven van zijn geboorteplaats Maassluis. Het is koud en het heeft geijzeld.

Nu loopt de weg naar de haven langzaam af, een hellend vlak zogezegd, en dat heeft dat gevolg dat Maarten, als hij terug wil lopen, niet meer vooruit komt maar in plaats daarvan langzaam naar achteren glijdt, in de richting van het water. Het is een beeld dat me telkens weer voor ogen komt als ik iets hoor over de geleidelijke terugloop van iets.

En er loopt heel veel geleidelijk terug. Persoonlijk ben ik bijvoorbeeld erg geïnteresseerd in het abonneebestand van een bepaald tijdschrift. Telkens valt de terugloop weer mee. Jawel, maar terugloop is er. Toen ik les begon te geven, moesten leerlingen in de hogere klassen jaarlijks 12 boeken lezen. Nu is dat een derde geworden. En dat terwijl iedereen weet dat je voor elke activiteit kilometers moet maken. In een geschrift van mijn betovergrootmoeder lees ik hoe men op zondag drie keer naar de kerk ging. En dat telkens voor twee uur. Nu worden we na een uur al zenuwachtig en slaan we regelmatig de enig overgebleven dienst over. Zo kom je niet in je routine.

Het is je ongetwijfeld wel eens opgevallen dat op zondag iemand in de tweede helft van de dienst even naar boven loopt om de koppen te tellen. Het resultaat komt op een lijstje. Martijn Nekkers verzamelt die gegevens en doet daarvan verslag aan het moderamen. En telkens weer valt de teruggang mee in vergelijking met het voorgaande jaar. Maar af en toe stuurt hij een overzichtje van de afgelopen jaren en dan zie je dat een jaarlijks stapje terug op termijn een grote stap achteruit is.

Geld

Dus je begrijpt dat ik met angst en beven aanschuif als op de kerkenraadsvergadering als hoofdpunt de financiën op de agenda staan, zoals het geval was op 15 oktober. Dat zal ook wel weer minder wezen. Maar ook nu valt dat weer mee. De Kerkbalans leverde wat minder op, de speciale wijkactie maakte dat weer een beetje goed. De verhuur van ons gebouw geeft ons gelukkig de nodige armslag. En toch en toch, zie ik Maarten ’t Hart langzaam achteruit glijden.

Wij praten in de kerkenraad, maar ook in de gemeente, veel en vaak over de toekomst. Dat doe je namelijk vaak als de zaken niet helemaal gaan zoals je zou willen. Op het moment dat ik dit schrijf leven we tussen de twee momenten in waarop het gemeenteberaad plaatsvindt en daarbij staat alweer die toekomst centraal.

Er wordt gepraat over wensen die er eventueel leven bij mensen die minder vaak naar de kerk komen. Een mogelijke andere inhoud van de diensten, andere tijden. Zou het helpen? Leven we bij de diensten alleen? Ik word een beetje droef van die gesprekken, want wat is wijsheid?

Psalm 127

Als je de school binnenkwam waar ik heel lang heb gewerkt, dan zag je in de hal, gebeiteld in marmer, deze tekst uit psalm 127: ‘Zo de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs werken de bouwlieden eraan.’ Van die woorden werd ik altijd vrolijk. Want stel je toch eens voor dat wij ons met elkaar over de toekomst zouden buigen en God zou ons daarbij inspireren, bezielen, zegenen? Dus dat het blijkbaar niet allemaal van ons afhangt… Dat is toch bemoedigend.

Tijdens de kerkenraadsvergadering zei Mendé plotsklaps dat hij blij was dat we met zoveel fantastische mensen bij elkaar zaten. Die opmerking deed niet ter zake en was buiten de orde. Maar hij had gelijk. Over bemoediging gesproken. En bij het gemeenteberaad bespeurde ik naast de nodige aarzeling en de diverse stokpaardjes vooral hoe graag we willen, verder willen met de bemensing en de bezieling van die kerk. Bemoedigend.

Terug naar De Aansprekers, het boek van Maarten ‘t Hart. Een eerste hoofdstuk zegt veel over wat je als lezer kunt verwachten. Wat dat betreft is het een verontrustende opening. Overigens komt Maarten veilig thuis. Mijn vader vertelde wel eens het verhaal van een matroos die in de mast geklommen was van het schip waarop hij voer en toen naar beneden viel. Tijdens de val deed hij een schietgebedje: ‘Almachtige God, wilt u mij redden, alstublieft…’ Voor hij uitgesproken was, schoot er een touw voor hem langs. Hij kon het nog net op tijd grijpen. Daarop vervolgde hij zijn gebed: ‘… O God, het hoeft al niet meer. Ik heb het zelf geregeld. Amen.’

De loftrompet

Ik heb eens even teruggebladerd in de Mozaïekedities van de afgelopen paar jaar. Ruud Moll begon De Loftrompet. Die is intussen vijftien keer gestoken en dat zou zomaar een reden kunnen zijn om ermee te stoppen: je zult maar tot de mensen behoren die niet is toegeblazen. Of: je wordt alweer toegeblazen en ook dat is gebeurd. Maar we gaan vrolijk verder. Wel met het voornemen om niet meer in een keer een hele groep te betoeteren, maar telkens met name genoemde personen. En dat is maar goed ook, want zo kan deze keer de trompet schallen voor Adri Hauer. Zij maakt al sinds de Reformatie of daaromtrent deel uit van de in 2016 betoeterde Bloemengroep, maar nu klinkt het koper dus voor haar alleen. Vanwege die bloemen, ja, maar ik herinner mij haar ook nog heel goed van wat ooit Interieurcommissie heette. Wij dragen zorg voor het antependium en hoewel ze geen hulpkoster of kerkmeester is of lid van de klussendienst kun je haar ook tegenkomen met een hamer omdat er ergens een stukje tapijt en een strip loszit die moet worden vastgespijkerd. Kortom Adri doet van alles waar wij geen weet van hebben en waar wij ons ook niet mee bezig hoeven houden, juist omdat zij dat al heeft gedaan. Vaak wordt zoiets dan ook niet opgemerkt en dat is prima, maar gelukkig heeft af en toe iemand zoiets wel in de gaten. En dan, ja, dan klinkt luid de klaroen voor deze stille kracht.

Len Borgdorff