Bidden en Beelden – Het universum van Arthur Prins

De serie ‘Bidprints’ van Arthur Prins doet denken aan bladzijden uit een Middeleeuws getijdenboek. Tekst en beeld, samen op één blad. In Middeleeuwse getijdenboeken staan gebeden voor dagelijks gebruik en feestdagen naast miniaturen van Bijbelse verhalen of taferelen uit het dagelijkse leven, vaak versierd met randdecoraties. Hoe rijk versierd en kostbaar ook uitgevoerd, ze hadden in de eerste plaats een praktische bedoeling: als hulp bij het bidden van de dagelijkse gebeden.

Zo praktisch zijn de 'Bidprints' van Arthur Prins niet. Maar ze zijn wel met eenzelfde concentratie gemaakt als hun Middeleeuwse voorgangers. Monnikenwerk met engelengeduld. Teksten en kleine tekeningen op zo’n manier op een blad samengevoegd dat er een speelse associatie van beeld en tekst ontstaat. Op ieder blad is veel te zien: geschreven fragmenten van gebeden of andere religieuze teksten, tekeningen van mensen, soms heel surrealistisch met meerdere hoofden die uit een hoofd komen of andere vreemde wezens. Ook symbolen als de jakobsladder, engelen en de troon van God komen steeds terug in zijn werk.

Samen vormen deze onderdelen een geheel dat je als kijker dwalend met je ogen leest. Je vraagt je af wat de betekenis zou kunnen zijn. Is er wel een betekenis? Misschien wel, maar die geeft zich dan niet zomaar prijs. Je blijft zoeken, je probeert er nog eens op een andere manier naar te kijken en al doende komen er bij jou als kijker ook associaties boven. Wat je ziet roept herinneringen op of eigen beelden of het doet je ergens aan denken. Zo komt er een wisselwerking op gang tussen het beeld en de beschouwer. Zo groeit een nieuwe betekenis waar de kunstenaar waarschijnlijk helemaal niet aan heeft gedacht. Op zo’n manier kijken, vroeg ik me af: zou je dat ook bidden kunnen noemen?

Arthur Prins (1960) heeft een bijzondere levensgeschiedenis. "Toen ik tien maanden was kreeg ik hersenvliesontsteking waardoor ik doof werd. Als kind van twee kreeg ik blauwe mazelen waardoor ik mijn gehoor terugkreeg. Van mijn tweede tot mijn zevende heb ik op een Dovenschool gezeten. Op mijn vijfde begon ik met praten. Het was een onbegrijpelijk wonder dat ik m'n gehoor heb teruggekregen. Door de stress kreeg ik hallucinaties: droombeelden terwijl je wakker bent. Veel beelden in mijn werk zijn verwerkingen van de beelden die ik toen zag. Ik noem ze 'mijn deurtje naar het heelal'."
De aanleiding voor zijn kunstenaarschap was een bijzondere gebeurtenis in de zomer van 1996. "Het was hoogzomer. Ik zat op een stoel op mijn werkkamer en ineens leek het alsof er van mijn kruin tot mijn tenen een elektrische stroom ontstond. Ik kreeg een enorme aanvechting om te gaan tekenen. Iets in mij zei dat ik dat moest doen. Ik kan hier geen verklaring voor geven. Het is zoals het gegaan is. Als reactie hierop nam ik vijf weken vakantie. Dat was het moment dat ik volop ging tekenen.
Mijn proces van werken noem ik 'GROS in GROS': Het 'Geregisseerde Repeterende Onaf Spel in Gods Raadselachtige Onmetelijke Speeltuin'. Het resultaat wil jou als toeschouwer uitnodigen tot een zo complex mogelijke kijkervaring."