Opgeroepen om te horen en te kennen

Dit zegt de Heer: De wijze moet zich niet beroemen op zijn wijsheid, de sterke niet op zijn kracht, de rijke niet op zijn rijkdom. Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich erop beroemen dat hij Mij kent, inziet dat ik, de Heer, dit land liefde schenk, rechtvaardigheid en recht, want daar schep ik behagen in – spreekt de Heer.
Jeremia 9: 22, 23

De twaalfjarige Jezus in de tempel
Lucas vertelt dat Jezus als twaalfjarige jongen achterbleef in Jeruzalem. Zijn ouders, Jozef en Maria, ontdekten het pas na de eerste reisdag, toen ze weer op weg waren naar huis. Jezus bevond zich niet, zoals ze hadden gedacht, ergens in dat grote gezelschap van pelgrims, dat ook Galilea als eindbestemming had. Hun zoon moest wel in Jeruzalem achtergebleven zijn. Ze keerden zo snel mogelijk terug naar de stad om Hem daar te zoeken. Uiteindelijk vonden ze Hem in de tempel. Hier zat Hij tussen de leraren met wie Hij zich in de tora verdiepte. Lucas schrijft dat Jezus “naar hen luisterde en hun vragen stelde”.
Achter het Griekse woord voor luisteren gaat het Hebreeuwse woord shema schuil. We vertalen dit woord vaak als horen, maar daarmee hebben we nog niet het hele betekenisveld afgedekt. Het Hebreeuwse woord is rijk aan betekenis.

Geen woord voor gehoorzamen
Toen het Joodse volk de Hebreeuwse taal in de 19e eeuw nieuw leven inblies en het deze taal als voertaal ging gebruiken, ontdekte het dat het bijbelse Hebreeuws helemaal geen eigen woord voor gehoorzamen kent. Het week uit naar de verwante Aramese taal, dat er wel een woord voor heeft. In plaats van een eenduidig woord dat staat voor gehoorzamen, gebruikt de bijbel het genoemde werkwoord shema. Dit woord heeft verschillende betekenissen. Het kan betekenen luisteren, horen, begrijpen, verstaan, zich eigen maken, maar ook (be)antwoorden, instaan voor en verantwoordelijk zijn voor.
In de bijbel is geloven in of vertrouwen op God nooit een kwestie van blind gehoorzamen. Het omvat verschillende vormen van inspanning en toewijding. Vertrouwen op God behelst de onderschatte activiteit van het luisteren, maar ook de activiteit van het begrijpen en verstaan, en evenzeer de activiteit van het antwoorden. Geloven is niet een bezigheid die tussen neus en lippen verricht kan worden. Als we het geloof in God beperken tot de momenten waarop we tijd hebben, dan zal het ons hart nooit meer weten te raken. Het zal ons niet meer ontroeren en in beweging kunnen brengen. We moeten tijd vrijmaken, zoals we tijd vrijmaken voor alles wat in onze ogen de moeite waard is en waar we een kleiner of groter deel van onze energie in willen steken.

Gekend zijn
In de media zoeken we onze wijsheid, in de technologische ontwikkeling onze kracht, in het consumeren onze rijkdom. Maar onderweg, op onze zoektocht, wordt waarheid relatief, verstoort en beschadigt technologie onze sociale verbanden en verandert een vreugdevol consumeren in een dwangmatig en frustrerend streven.
We komen een heel eind met ons kennen, maar we kunnen daar ook heel eind mee vallen. Het is dat we gekend zijn door God. Daarin, in het gekend zijn door de Eeuwige, vinden wij en vinden onze kinderen een waarheid onder het bestaan die niet wankelt, een kracht waarop we terug kunnen vallen, een rijkdom die buiten de greep van het geld blijft.
In Jeremia zegt de Eeuwige: “Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich erop beroemen dat hij Mij kent.” Wij kennen God als de Naam die onze namen kent. In Hem vinden wij geborgenheid en toekomst.
Ds. P.J. Rebel