Preek: Ouderliefde en Gods Liefde

De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal
verstommen, kennis verloren gaan – want ons kennen schiet tekort en ons
profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen.
1 Korintiërs 13: 8 en 9

Oud worden en oud-zijn
Soms nadert een korte, gevleugelde uitdrukking dichter de waarheid dan een dik, zwaarwichtig boek. Een voorbeeld hiervan is de spreuk: “Oud worden is makkelijk. Oud-zijn is moeilijk.
Om een dagje ouder te worden hoeven we ons niet in te spannen. Dat gaat vanzelf. En het gaat vlug. Naarmate we ouder worden, versnelt de tijd zich in onze beleving. Op een dag horen we het ook onszelf zeggen: “Waar is de tijd gebleven!
Maar oud-zijn gaat niet vanzelf. De tijd trapt op de rem en vertraagt zich. We verliezen onze bewegingsvrijheid. We zijn steeds meer aan huis gebonden. Tenminste, als we geluk hebben. Want onze groeiende afhankelijkheid en de behoefte aan verzorging kunnen het voor ons ook onmogelijk maken om thuis te blijven wonen. We worden gedwongen om te verhuizen naar een zorgcentrum. Het verlies van onze eigen, met herinneringen gevulde woning en het opgelegd verblijf in een onpersoonlijke kamer geeft ons het gevoel berooid en ontheemd te zijn. Door het overlijden van geliefden neemt onze eenzaamheid toe. Het besef dat we bij alles geholpen moeten worden, tast ons gevoel van eigenwaarde aan. Waar kunnen we op terugvallen?

De vroegst ontvangen liefde
De dichteres Inge Lievaart publiceerde naast de tekst van enkele gezangen in het liedboek, ook veel gedichten waaronder één over het oud-zijn. Ze omschrijft deze moeilijke fase in het leven van een mens als “de droge dagen van het naseizoen”. Tot haar grote verrassing merkt ze, dat ze troost en verlichting vindt in de herinneringen aan de liefde die ze als kind van haar ouders ontving. De bron waar ze als kind uit dronk, helpt de dorst te lessen die door het oud-zijn wordt veroorzaakt.
Haar gedicht heet Ouderliefde:
In de droge dagen / van het naseizoen
blijkt de vroegst ontvangen liefde / nog te leven weer te laven
bron waar ik uit dronk als kind / en nu oud nog water vind.

De liefde zal nooit vergaan
Het dertiende hoofdstuk van de brief die Paulus aan de Korintiërs schreef, kennen we als het loflied op de liefde. Paulus haalt een aantal kenmerken van de liefde naar voren, waaronder haar onvergankelijkheid. Hij schrijft: “De liefde zal nooit vergaan.” Het gedicht van Inge Lievaart lijkt op een vertaling van wat Paulus zegt. De liefde die ze ontving, toen ze opgroeide, is niet weggezonken in het verleden, maar is een bron waaruit ze in de zwakte van het oud-zijn toch troost en ontferming kan putten. Als we ons vasthouden aan de liefde die we in ons leven ontvingen, zullen we ervaren dat de liefde ons aan einde van het leven zal vasthouden. Het gedicht laat zien dat de breekbare en onvolmaakte liefde, die mensen van elkaar ontvangen en aan elkaar geven, ons in de eenzaamheid van het oud-zijn nog altijd kan aanraken. Zal dan de eeuwigdurende en volmaakte liefde van God ons niet bij de hand kunnen nemen?
Deze vraag beantwoordt de dichteres, hoe kan het ook anders, met een gedicht:
In het licht dat rondom staat / in het licht dat aldoor wijder cirkels tekent
in het licht midden van het licht / transparant voor ogen ongezien
wacht ik bang maar nochtans zeker: / dat mijn duister eens voor al
aan Gods liefde is bezweken.
Oud-zijn is moeilijk, maar dankzij de liefde van God nooit hopeloos.

Ds. P.J. Rebel