Preek: 13 Januari over Nashville verklaring

Exodus 10: 21-24; Lucas 3: 15-22
Dat mag je wel zeggen.
Dat de tijd waarin we leven ons, als christenen, het vuur na aan de schenen legt.


De uitdagingen zijn enorm.
Hoe brengen we het over aan de jongere generaties?
Dat God er voor ons zal zijn?
Dat de weg van Jezus ook nu ons leven richting en oriëntatie geeft?
Dat we nieuwe kracht vinden, wanneer we ons laten inspireren door de flow van de Geest?
Nee, makkelijk is het allemaal niet.
De Bijbel vertelt ons over God, die hemel en aarde geschapen heeft, over de Ene, zoals de Naardense Bijbel Hem noemt.
Hij verdient onze dank en lofprijzing.
We zijn allemaal geschapen naar Zijn beeld.
Wie we ten diepste zijn en waartoe we worden opgeroepen, dat ontdekken we, wanneer we ons verbinden met Hem die ons onze levensadem gaf.
We hebben onszelf niet gemaakt.
We hebben het leven ontvangen.
Als we God vergeten, dan vergeten we wie we zijn.
We vergeten, waarvoor we het leven, dat ons gegeven is, gekregen hebben.
U hoort het zeker al.
Inderdaad, al deze zinnen komen uit de inleiding van die Nashville- verklaring, waarover zoveel te doen is.
Voor wie homosexueel is en ook voor de ouders van kinderen die homosexueel zijn, is deze verklaring een klap in het gezicht.
Zoals iemand van u me mailde: Ik voel me weggezet.
Dat doet deze verklaring natuurlijk niet vanwege de zinnen die ik uit de inleiding viste.
Het is dat wel, een klap in het gezicht, vanwege dat wat er in de artikelen van deze verklaring gezegd wordt.
In artikel 7 lezen we dat wie een homosexuele of transgenderidentiteit heeft, niet volgens de heilige bedoelingen van God leeft.
Het rare is, dat het is, alsof de inleiding en de 14 artikelen zelf uit twee verschillende verklaringen afkomstig zijn.
De inleiding roept ons op om God te erkennen.
Ze weerspiegelt Psalm 100.
Daar lezen we:
Erken het: de Heer is God, Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe.
Maar in de artikelen zelf wordt er een voorbehoud gemaakt.
Mensen met een homosexuele of een transgenderidentiteit erkennen God en Zijn bedoelingen niet.
Zij kunnen God niet toebehoren.
Zulke woorden komen aan als een klap in het gezicht of als een messteek in de maag.
Woorden kunnen net zo veel pijn doen als een geweldsdaad.
Ze kunnen ons met een ijzeren vuist wegzetten.
Ze kunnen ons buitensluiten.
En vind ze dan maar es weer terug: de woorden waarmee we elkaar welkom heten.
De woorden die ons begroeten met genegenheid en waardering.
Die ons met open armen ontvangen.
Die ons binnenroepen en omsluiten.
Dan moeten we toch terugvallen op de woorden van Psalm 100.
“Erken het: de Heer is God, Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe.”
In ieder geval zijn het deze psalmwoorden die staan boven een reactie op die Nashville-verklaring van christelijke LGBTI-organisaties.
Hun reactie opent met de opmerking dat ze het eens zijn met de opstellers.
Inderdaad, zeggen ze, God heeft ons gemaakt.
Maar hun tweede zin geeft direct het verschil aan.
Ze schrijven: Homoseksueel, lesbienne, heteroseksueel, transgender, queer, interseksueel zijn allen geschapen naar het beeld van God.
In hun reactie vertellen ze verder over de worsteling tussen hun christen-zijn en hun seksuele identiteit.
Een worsteling die zwaar en uitputtend kan zijn. Die soms ondraaglijk is.
De Bijbel met zijn uitspraken over homosexualiteit is een hard gelag, maar tegelijkertijd, zeggen ze, is het boek voor hen ook een bron van troost.
Want daarin wordt ook gezegd dat God ieder mens heeft gemaakt naar Zijn beeld en dat wij daarom Hem toebehoren.
Wie we ook zijn.
Om bij God te horen, hoeven we ons niet eerst te bekeren van onze homosexuele of transgenderidentiteit.
Hij heeft ons gemaakt, zegt Psalm 100.
Dat is het fundament onder onze zelfaanvaarding.
Hij heeft ons gemaakt.
Niet iedere christen die tegen de Nashville-verklaring is, wil zich aansluiten bij de storm aan kritiek die in onze samenleving is opgestoken.
Aan de ene kant wordt deze storm aan kritiek ontketend door een oprechte verontwaardiging en verbijstering over het idee dat homosexuelen en transgenders er niet bij zouden horen.
De verklaring heeft christenen en niet-christenen boos gemaakt.
Aan de andere kant wordt deze storm aan kritiek aangewakkerd door de weigering om Psalm 100 serieus te nemen.
De erkenning van God wordt verworpen.
De miskenning van God wordt gezocht.
Als christenen moeten we niet alleen aandacht hebben voor wat er om ons heen gezegd wordt.
We moeten ook letten op wat er om ons heen juist niet gezegd wordt.
Ik heb de alternatieve verklaring erbij gepakt: de liefdesverklaring die door het humanistisch verbond is opgesteld en ook door christenen werd ondertekend.
Gezegd wordt dat homosexuelen en transgenders in vrijheid moeten kunnen zijn, wie ze zijn en dat ze er helemaal bij horen.
Niet gezegd wordt dat vrijheid hier betekent dat we buiten God om, onze liefde en seksualiteit moeten invullen en beleven.
Liefde en seksualiteit worden helemaal opgehangen aan de vrije keuze van de mens.
Het begrip, het denken, dat hiermee samenhangt, is de gender-ideologie.
In deze ideologie krijgt de vrije keuze van de mens een almacht die God van de troon stoot.
Daarover moeten we ons zorgen maken.
Tenminste wanneer we liefde en seksualiteit willen begrijpen en willen genieten, als een geschenk, als een geschenk van de God die liefde is.
De Nashville-verklaring zet mensen weg.
De liefdesverklaring, zet God weg.
En als we God wegzetten, dan vergeten we dat we Zijn beeld in ons dragen.
We geven dan ons gesprek op met God en met de gave van Zijn liefde.
God geeft ons Zijn liefde.
In de eerste brief van Johannes lezen we:
“Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad.”
En ik volg nu een gedachte van de schrijver van de boeken van Narnia, van C.S. Lewis.
Hij schreef: Gods liefde is voor alles een gevende liefde.
In God is geen honger die gestild moet worden.
In God is niets anders dan overvloed die geven wil.
Een overvloed die eeuwig geven wil, lezen we in Psalm 100.
Het besef en het vertrouwen dat wij gemaakt zijn naar het beeld van God, dat houdt ons in contact met de gevende liefde van God.
Dit contact met God, deze communie met onze Schepper, vernieuwt en verdiept onze liefde.
God heeft ons in onze natuur gevende liefdes meegegeven.
Wij kunnen liefde geven.
Maar wanneer wij liefde geven, denken we niet alleen maar aan de ander.
De liefde die wij geven is de liefde die ons het beste ligt of de liefde die ons op dat moment het beste uitkomt.
Of we geven juist die liefde die we het allerliefste zelf zouden willen ontvangen.
Of we geven die liefde die helemaal aansluit bij het beeld dat wijzelf van de ander hebben gemaakt.
Wanneer wij liefhebben blijft er altijd een lijntje bestaan met onze eigen behoefte en met ons eigenbelang.
Gods gevende liefde is anders.
Zij is volkomen belangeloos en zoekt eenvoudig het beste voor de geliefde.
Als we onze liefde vastmaken aan onze eigen vrije keuze, dan blijft ze gebonden aan onszelf, aan ons eigen ego.
Laten we onze liefde aanraken door Gods gevende liefde, dan steken we de grenzen van onze eigen vrije keuze over.
Dan kunnen we zelfs liefde geven daar, waar we er persoonlijk nou net niet voor gekozen zouden hebben.
De gevende liefde van God spoort ons aan om zelf liefde te geven.
Maar de gevende liefde van God helpt ons ook om onszelf lief te hebben en ons zelf te aanvaarden, zoals we zijn.
We ontvangen onszelf, we ontvangen de mens die we zijn, uit handen van de gevende liefde van God.
Dinsdag, toen ik me nog afvroeg, of ik het in deze preek over die Nashville-verklaring zou moeten hebben, sprak ik met een vader van wie de zoon homosexueel is.
Later die dag sprak ik nog met de zoon.
Ze zijn beiden kerkelijk meelevend.
De vader vertelde dat zijn zoon vlak voor de jaarwisseling in een Top 2000 dienst iets verteld had over zijn strijd met z’n homosexuele gevoelens.
Zijn verhaal was een inleiding op het liedje True Colors van Cindy Lauper
Jullie gaan het zo zingen.
De zoon gaf me toestemming om uit zijn inleiding of, beter nog, uit zijn getuigenis, te citeren.
In dat nummer True Colors komen de volgende regels voor.
Ik vertaal ze meteen maar.
Dus wees niet bang om ze jouw ware kleuren te laten zien.
Ik zie jou ware kleuren en daarom heb ik je lief.
Ware kleuren zijn zo mooi als een regenboog.
Over deze regels zei Wilco in die Top 2000 dienst:
“Het was God die deze woorden tegen me zei. –ik zie jou ware kleuren en daarom heb ik je lief- God die mij aanspreekt in een popsong.
De God die van mij houdt, die mij ziet zoals ik ben, dieper dan ik mijzelf ooit zal kennen.”
Vlak voor zijn loflied op de liefde schrijft Paulus in de brief aan de Korintiërs het volgende:
“Welnu, U bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit.”
Wij zijn deel van het lichaam van Christus.
Daarom delen wij in de liefde waarmee God Zijn Zoon liefheeft.
Wij delen in de liefde waarmee God Jezus uit de wanhoop en verlatenheid bevrijdt en Hem uit de duisternis van het lijden en de dood overbrengt naar het licht, naar het leven.
Daarom vindt God in ons, wie we ook zijn, dezelfde vreugde die Hij in Jezus vindt. Dus, erken het nou maar, die woorden van Psalm 100:
de Heer is God. Hij heeft ons gemaakt. Hem behoren wij toe.
Amen.