Gedachtenis de heer De Jager

Op 23 maart overleed op de leeftijd van 97 jaar Hendrikus – Henk – de Jager. Meneer De Jager was sterk betrokken bij de voormalige Willem de Zwijgerkerk en daarnaast zette hij zich ook in voor de Nieuwe Kerk. Jarenlang was hij ambtsdrager en hij heeft veel huisbezoeken gebracht. Hij sprak met gemeenteleden die hun man of vrouw verloren hadden, ziek waren geworden of door hun hoge leeftijd aan huis gebonden waren.

Na het overlijden van zijn vrouw in 2014 ben ik hem gaan bezoeken. In onze gesprekken dacht hij vaak terug aan de tijd waarin hij als ambtsdrager bij gemeenteleden op bezoek ging. Hij vroeg zich af of hij de mensen die hij vroeger had bezocht, niet te kort had gedaan. Was hij niet vaak te snel geweest met geloof en gebed? Sinds hij zijn vrouw verloren had en haar erg miste, wist hij hoe diep de put van de rouw kon zijn. Hij had ervaren dat ook voor wie geloofde, de aanwezigheid van God kon schuilgaan achter verdriet en onmacht.
Meneer De Jager had zelf de tekst uitgekozen voor de rouwkaart. De woorden komen uit het Evangelie van Mattheüs: “Wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.” (Matteüs 24: 13). Hoewel zijn geloof de laatste jaren veel meer wankelde, dan het had gedaan, toen hij in de kracht van zijn leven was, lukte het hem om zijn vertrouwen op God te bewaren. We houden ons geloof minder krampachtig vast, wanneer we het ook kunnen aannemen als vrucht van de genade waarmee God ons in het leven draagt. Genade is het, dat we ons in ons verdriet onverwacht getroost voelen. We zien Gods licht vallen op de schaduwen in ons leven. Het is licht dat afkomstig is van voorbij de tijd en daarom van voorbij de dood. Het gezang dat meneer De Jager uitkoos, brengt het als volgt onder woorden: “De morgen daagt, de schaduw gaat voorbij: in dood en leven, Heer, blijf mij nabij!” Mogen de kinderen en kleinkinderen getroost worden in hun verdriet en mogen ze zich gesterkt voelen door hun dankbaarheid voor de liefde die hun vader en opa hun schonk.