Gedachtenis mevrouw Ockeloen

Op 16 juni overleed mevrouw Catharina Dominica Antonia –Toos– Ockeloen. Zij werd 89 jaar. Zij woonde in woonzorgcentrum Voorveldse Hof.

Een aantal jaren geleden liet de humanistisch geestelijk verzorgster van het tehuis ons weten dat mevrouw Ockeloen graag de kerkdiensten zou willen bezoeken. Zolang het ging, werd ze één of twee keer per maand opgehaald. Ze genoot van de liederen, van de gezelligheid tijdens het koffiedrinken en van de vrolijkheid van de kinderen die er rondrenden. Nadat haar kleinkinderen waren opgegroeid en ze niet meer op hen hoefde op te passen, werkte ze als oppasoma bij een gezin in Tuindorp. In de crematieplechtigheid sprak de moeder van dit gezin over haar herinneringen aan deze tijd. Ook de dochter en een kleinzoon van mevrouw Ockeloen vertelden over vroeger.
In onze gemeente kenden wij mevrouw Ockeloen als fragiel, kwetsbaar en afhankelijk. Uit de herinneringen die werden opgehaald, bleek dat ze voor haar ziekte altijd sterk en onafhankelijk was geweest. Ook haar wegen gingen door donkere dalen, maar ze bleef moedig en volhardend.
Niet alleen op zondag, maar ook door de week haalden gemeenteleden haar op. Ze hield ervan om buiten te zijn. Ze luisterde graag naar het ruisen van de bomen en naar het zingen van de vogels. Vaak gaf ze dan aan, dat ze daar rustig van werd.
Ze kon niet meer onder woorden brengen, wat het geloof voor haar betekende. Maar misschien gaf het haar dat: rust in alle innerlijke onrust die ze door haar ziekte ervoer.
Ze had zelf de muziek en de liederen voor het afscheid uitgekozen. Te horen was het lied Going Home in de uitvoering van het Engelse kerkelijk jongenskoor Libera. De maker van het lied schreef in 1922 dat hij de heimwee, de nostalgie wilde uitdrukken, die elke menselijke ziel (gelovig of niet gelovig) soms opeens kan overvallen. Toch leunde hij in zijn verwoording van deze heimwee sterk op de christelijke hoop, dat we na de dood zullen thuiskomen bij God en in Zijn liefde zullen worden bewaard. (Lied 416). “De morgenster verlicht de weg, met de rusteloze dromen is het afgelopen, de schaduwen zijn weg, het aanbreken van de dag, het echte leven dat begint”, zingt het lied. Woorden die ook het het christelijk vertrouwen kunnen uitdrukken, dat niet de dood wint, maar dat wij na de dood in de vrede van God, de Vader, onze rust zullen vinden. Daarom lazen we Psalm 23: “De Heer is mijn herder. Het ontbreekt mij aan niets. Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water.”