Down Under in de Cardboard Cathedral Christchurch, door Len Borgdorf

Of we nog koffie of thee willen blijven drinken, wordt ons na de dienst gevraagd. We bedanken vriendelijk maar beslist.

E cccEen paar dagen geleden waren we deze bijzondere kerk al ingelopen, de kartonnen kathedraal. Bij de aardbeving van februari 2011 werd de grote neogotische kathedraal en symbool bij uitstek van Christchurch dusdanig verminkt dat die niet meer gebruikt kon worden. Later volgde gesteggel over helemaal afbreken of weer herbouwen daarvan. Dat duurde jaren. Maar een voorlopig alternatief was er al na twee jaar. De Japanse architect Shigeru Ban ontwierp een even eenvoudig als indrukwekkend gebouw dat het een jaar of twintig zou moeten kunnen uithouden. Hoofdingrediënten: een stalen constructie, een dak van halftransparent plastic, containers voor de zijkanten en vooral kartonnen kokers. Het hoogoprijzende plafond is een woud van kartonnen kokers. Het altaar en de preekstoel, de fronten van de koorbanken: kartonnen kokers. De kosten voor de bouw bedroegen zo’n drie miljoen euro, dat is heel weinig voor dit indrukwekkende gebouw, waarvan ik hoop dat het veel langer blijft staan dan de geplande twintig jaren.

Choral Eucharist, zo stond de mis van vandaag aangekondigd. Het koor zong de delen van de mis. Vier mannen hadden elk een eigen stem, dus tenor, bariton, bas en een countertenor die erg op Mr Bean leek, in dit geval met achterovergekamd haar om niet herkend te worden, maar wat een stem! Veertien jongetjes die nog niet toe waren aan een baard in de keel en vier jongens van een jaar of achttien. Christchurch was ooit een erg Engelse stad. Wat dit koor betreft is het dat nog steeds. Prachtig.

Drie ingrediënten uit de preek. Kort refereert de reverend aan zijn wat latere bekering en dat hij onder de indruk was van de geloofszekerheid van een gemeenschap waarin hij terecht kwam. Toen hij zich er wat meer thuis ging voelen, ontdekte hij dat hij niet de enige was die intussen met allerlei vragen rond liep en daardoor ging hij zich er nog meer thuis voelen. Mente pikte bij het verhaal over Jakob en zijn gevecht met de engel vooral de vraag van de onbekende belager op. ‘Hoe heet je?’Jakob geeft een eerlijk antwoord: Jakob, leugenaar. Ooit wás Jakob een leugenaar en noemde hij een andere naam, nu is hij oprecht en krijgt hij een nieuwe.
Ik haakte aan het verhaal van de corrupte rechter die een arme vrouw alleen maar haar zin geeft om van haar gezeur af te zijn. Zo is God, iemand om bij te blijven zeuren en die je tegemoet komt om van je af te zijn. Zo is God niet, zegt Jezus vervolgens. God is rechtvaardig. ‘En toch lijken oprechte gebeden niet verhoord te worden,’ zegt de priester. ‘Wij zijn de Jakob die zijn belager vasthoudt en de vrouw die blijft aankloppen.’ En God is de Ander die op zijn eigen wijze naar je toekomt, concludeer ik, en dat is verwarrend en hoopgevend.

Tijdens de eucharistie, wordt een oude man onwel. Een vrouw die veel te laat met man en kind de kerk inkwam, ontpopt zich als dokter en reddende engel. Er staat een heel groepje mensen om de man. De eucharistie gaat door. ‘Pleni sunt coeli,’ zingt het. Mooi. Na een tijdje komt ambulancepersoneel met een brancard de kerk in. ‘St. John’ staat er in grote letters op hun lichtgevende pakken. De eucharistie gaat door. De man wordt op de brancard gelegd. De brancard wordt weggereden. De eucharistie gaat door. De mensen met brood en wijn geven geen krimp. Het koor zingt hemeltergend mooi en doordringend. De vrouw van de man lijkt sprekend op mevrouw Van den Bos van de Vredebestlaan in Poeldijk, zie ik, misschien iets kleiner. Ze loopt achter de brancard. De man op de brancard lijkt helemaal niet op meneer Van den Bos.

‘God of peace,’ zegt de reverend, ‘you have nourished us in this sarcrament...’ Als hij Amen zegt, stel ik me voor dat hij eindelijk, eindelijk zal reageren op wat er zojuist in de kerk gebeurd is. Het gebeurt niet.
‘Haere i runga i te rangimäri i runga te aroha me te ngäkau hihiko ki te mahi ki te Ariki.’ Ga in vrede in de dienst van God. Ga in vrede.’ Dat belooft iedereen. ‘We go in the name of Christ.’

Dan is het afgelopen en wij begrijpen er niets van. Dat in deze kerk, de kerk van bannelingen bij uitstek, met geen woord, met geen gebaar, gereageerd wordt op wat er in de dienst zelf gebeurt.
Een prachtige liturgie, een indrukwekkende kerk, een fraaie preek. Ook als de man van mevrouw Van den Bos van de Vredebestlaan te Poeldijk niet onwel geworden was, zou ik over ons bezoek aan een mis in de Cardboard Cathedral geschreven hebben. Misschien zouden we ook wel even gebleven zijn om koffie te drinken. Dat deden we nu in een coffeeshop vijf minuten verderop.