Gedachtenis mevrouw Luijmes – ter Maat

Op 28 april overleed mevrouw Annie Aleida Luijmes – ter Maat. De volgende dag, op 29 april, zou ze 92 jaar geworden zijn. Omdat haar kwetsbare, lichamelijke conditie het onmogelijk maakte om thuis te blijven wonen, verbleef ze in een zorgcentrum in Leidsche Rijn. Haar man bezocht haar daar vrijwel iedere middag.  

Mevrouw Luijmes – ter Maat was bescheiden en hield zich het liefst op de achtergrond. Dat verhinderde haar niet om zeer actief te zijn en om zich ook voor de gemeenschap van de Tuindorpkerk in te zetten. Als pastoraal medewerkster bezocht ze verschillende gemeenteleden. Samen met mevrouw Huisman regelde ze de adressen waar de bloemen uit de vieringen als groet naar toe konden worden gebracht. Tot op hoge leeftijd zat ze in de organisatie van de busreizen voor ouderen van de Nieuwe Kerk en Tuindorpkerk. Jarenlang nam ze deel aan een gespreksgroep onder leiding van mevrouw Van der Vlist, waar haar bijdrage altijd erg gewaardeerd werd.

Zoals veel van haar generatiegenoten sprak ze niet gemakkelijk over het geloof. Ze bewaarde haar diep vertrouwen op God in haar hart en gaf dat liever handen en voeten in de omgang met anderen. De bijbeltekst die heel haar leven met haar is meegegaan, was Psalm 86: 11. Het was haar belijdenistekst. Het was ook de huwelijkstekst van haar en haar man. Nu stond het op de rouwkaart, omdat, schreven meneer Luijmes en de kinderen, ze in deze tekst “in haar leven veel bemoediging vond”. Vers 11 luidt: “Leer mij, Here, uw weg, opdat ik in uw waarheid wandele; verenig mjin hart om uw naam te vrezen.”
Mevrouw Luijmes heeft gewandeld in de waarheid van God en op Zijn naam vertrouwd. Ze heeft ervaren dat God haar en haar man nabij was. Daaruit putte ze in moeilijke tijden bemoediging, kracht en rust. Deze ervaring dat God ons nabij is, zoals dat verwoord wordt in Psalm 86, was het fundament onder haar leven. In de nabijheid van de God die “liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig” (Psalm 86:15) vinden wij liefde en trouw. Beperkt is ons kennen, maar zeggen we te veel, wanneer we hopen dat in Gods liefde onze liefde nooit zal vergaan? Gods naam vrezen, voor Zijn naam ontzag voor hebben, houdt heel veel in, maar betekent ook altijd dat we vasthouden dat God Zijn liefde zal bevestigen. In Christus heeft deze liefde van de Vader voor ons de dood overwonnen. Mogen meneer Luijmes en de kinderen bemoediging en rust vinden in het ontzag voor de Heer, onze God die, lezen we in de Psalm, ons “bijstaat en troost”.
Ds. P.J. Rebel