Naar de kerk in Nelson

We hadden besloten om het niet te doen, maar omdat consequent gedrag bij de duivel uitkomt, omdat ik hier niet dagelijks kom, omdat ik nieuwsgierig was, omdat ik mijn verre nicht niet teleur wil stellen en omdat de tijd het waarschijnlijk net toeliet, omdat een navigator in de auto zoiets wel heel makkelijk maakt, bezochten we op zondag 27 oktober toch maar de Reformed Church in Nelson. 

Bij de ingang stond een man die meteen wilde weten wie we waren en waar we vandaan kwamen. Dat zijn de gewone vragen in Nieuw-Zeeland. In dit geval beviel ons antwoord wel bijzonder goed.. Hijzelf heette Van den Berg, was geboren in ‘s-Gravenzande en was als baby in Nelson terechtgekomen, maar wacht, daar had je John en die zou dit ook wel leuk vinden. John heette Van Ginkel, maar zijn moeder was een Borgdorff, uit Monster. (Voor mensen met een gebrekkige topografische kennis: ’s-Gravenzande en Monster zijn twee Westlandse dorpen die op een steenworp van elkaar liggen. Daarom vind ik het nog steeds een wonder dat de voorzitter van de diaconie en ik elkaar niet al in onze jeugdjaren hebben ontmoet.)

Nu heb ik aardig wat genealogie in mijn hoofd zitten en daarom had ik wel een Willem paraat, maar dat zou zijn moeder vast niet wezen. John wist wel te vertellen dat hij vernoemd was naar zijn opa Jan Borgdorff, uit Monster. Hij had hem nooit ontmoet.
Dat vond ik een beetje sneu. John is net zou oud als ik en ik had zijn grootouders vaak genoeg ontmoet in Monster. Een doodenkele keer kwamen hij en zijn vrouw bij ons thuis. Hij werd doorgaans Jantje genoemd en zijn vrouw noemden mijn ouders Tante Nicht. Die naam gaf de familieband goed aan: Jantje was een neef van mijn grootouders en het verhaal gaat dat deze Jan mijn grootouders overhaalde om in Monster te komen wonen, omdat de kinderen er werk konden vinden. En dat was wel nodig, want mijn grootvader had in 1929 een financiële doodsteek gekregen die zich slecht liet combineren met zijn matige gezondheid en die van zijn vrouw. Zo is het gegaan. De oudste kinderen vonden werk in het Westland en kort daarop volgde de rest van het gezin.

We moesten na de dienst vooral even kennismaken met de dominee en daarna was er koffie en cake. Aan dat laatste kwamen we niet toe, want Jake Vandenberg (ik twijfel over de voornaam) had intussen een boek tevoorschijn gehaald waarin onder andere een foto stond met daarop zijn ouders, de ouders van een man die ook in de kerk aanwezig was en de al eerder genoemde Willem, zoon van de al eerder genoemde Jantje. In een toelichting bij de foto worden ze met name genoemd, met de mededeling dat zij de stichters waren van de Reformed Church in Nelson. En daarmee komen we aan bij de derde kerk die mede door een Borgdorff is gesticht, eerst in Stad aan ‘t Haringvliet, toen in Den Bommel en dus ook in Nelson.
Intussen noteerde John van Ginkel in mijn schrijfblokje wat gegevens van Willem én van zijn moeder, Jacoba Maria, die de zuster was van Willem, die trouwens niet alleen Johns oom was, maar ook van Jake (?), die dus zonder neven van elkaar te zijn wel aan elkaar gelieerd blijken te wezen. Ik kan dat ook wel uitleggen, maar dan alleen op afroep.

De koffie en de cake zagen er heerlijk uit, maar de tijd drong. Om 13.00 uur, zo was ons verordonneerd, moesten we op de parkeerplaats van de Countdown van Motueka zijn, 45 kilometer verderop. We waren op tijd. Een kwartier later liep ik met een kleinkind op mijn schouders. Marcus vond het meteen allemaal prima. Lukas had twee minuten nodig om ons de denkbeeldige reis naar hier te laten maken, terwijl hij dat wij nog steeds in het verre rondliepen.

Waarover ging het in de dienst? Ik weet zeker dat Mente nog iets kan vertellen over de preek.

Len Borgdorff