Het werk van Gea Konieczek en het gedicht van Sjouke Sytema zijn op een bijzondere manier met elkaar verbonden.
Sjouke werd gevraagd met een gedicht een bijdrage te leveren aan de expositie “Als een boom”. Sjouke maakt vaker gedichten en houdt van taal en van spelen met woorden. Hij kreeg een lijstje met Bijbelpassages waarin bomen genoemd staan. Zijn gedachten kwamen steeds terug bij de tekst uit Ezechiël 31. Die tekst deed hem denken aan hoe het vaak gaat met nieuwe leiders, die hun volk betere en rechtvaardiger tijden beloven. Eenmaal in het zadel blijken veel machthebbers de verleiding niet te kunnen weerstaan hun macht te misbruiken. Vrede en recht zijn vervolgens ver te zoeken. Heel specifiek dacht Sjouke tijdens het maken van zijn gedicht terug aan de moord op journalist Jamal Kashoggi, waar de Saoedische kroonprins medeverantwoordelijk voor was.
Gea reageerde op het gedicht van Sjouke met haar werk “Constructie, Destructie”. Gea is deze zomer afgestudeerd aan de Nieuwe Academie Utrecht, na 5 jaar de deeltijd academie te hebben gevolgd. Ze heeft daar ontdekt dat haar kracht ligt in het werken vanuit het materiaal en de vorm, dat dit organisch groeit en dat daarna de inhoud volgt. Zij hergebruikt allerlei materialen in haar werk.
Gea heeft in eerste instantie het gedicht van Sjouke één keer gelezen is daarna aan haar werk begonnen. Het materiaal dat zij als uitgangspunt nam waren verpakkingsmaterialen die zij overhield aan haar verhuizing: een stuk internetkabel, worteldoek, plastic. Ze bewerkte het materiaal met een brander, maakte het kapot en tegelijk ontstond daardoor iets nieuws. Dit proces van constructie en destructie doet haar denken aan de cirkel van het leven; dingen groeien, worden groot en machtig, maar gaan ook weer ten onder.
Terwijl haar werk groeide en zich vormde heeft Gea het gedicht van Sjouke nog een aantal keer gelezen. De woorden vrede en vrijheid kwamen in haar beleving centraal te staan.
Sjouke zag Gea’s werk voor het eerst bij de opening van de expositie “Als een boom”. Wat hem opviel was dat de kleuren wit en blauw erin terugkomen. Blauw ziet hij als de kleur van vrijheid, wit als de kleur van vrede. Het viel hem op dat de textuur van de witte stof uiteen gereten was, kapot was gemaakt. Dit deed hem nadenken over hoe broos vrede is. Nadat Sjouke het werk van Gea zag herlas hij zijn gedicht en zag nog een verband tussen de twee werken. Het gedicht dat hij maakte is niet heel ritmisch of metrisch. Hij wilde de taal niet te mooi, niet te glad maken, maar de structuur uit elkaar rijten, zoals Gea dat doet met haar materialen.
Sietske Bijman