Belijdenis van Alfred C. Bronswijk

Een gedicht bij Lucas 19: 9 - 14

Ik ben, o Heer, niet uit de steen
waarmee men grootse monumenten bouwt,
maar weet mij, onbeduidend en alleen,
met u verstrengeld, duizendvoud.

Niets heb ik van het zomerlicht
dat overtuigend zich op vormen legt.
Ik ben de grijze mist, het slechte zicht,
een woord dat tastend wordt gezegd.

Mijn leven hier bracht nauwelijks bloei.
Meer kaf dan koren droeg ik naar mijn schuur.
Wat veel beloofde stierf al in de groei.
Het goede kreeg geen lange duur.

Ik ben, o Heer, slechts als het schip
dat tussen zee en haven is verdwaald,
maar bij een hoge stroom en scherpe klip
met u als loods wordt thuisgehaald.

Alfred C. Bronswijk