Volg de Machteloze Knecht

Zo moet ook u, wanneer u gedaan hebt al wat u opgedragen is, zeggen: Wij zijn onnutte dienaren, want wij hebben slechts gedaan wat wij moesten doen.
(Lucas 17: 10 Herziene Statenvertaling)

De heer en de knecht
In de verhalen die Jezus vertelt, verwerkt Hij gebeurtenissen die elk ogenblik in het dagelijks leven van zijn toehoorders kunnen plaatsvinden. Hij doet dat met een bepaald doel. Want als de gebeurtenissen in een gelijkenis voor mensen herkenbaar en uit het leven gegrepen zijn, dan zullen zij de boodschap en betekenis die Jezus wil overbrengen, sneller met het eigen leven in verbinding brengen. En dat is wat Hij beoogt. Hij wil dat Zijn gelijkenissen onze omstandigheden verhelderen en ons houvast bieden in alles wat ons overkomt.
Een voorbeeld van zo’n uit het leven gegrepen verhaal is de gelijkenis van Jezus die we in Lucas 17: 7-10 vinden. Hierin zet Jezus de relatie tussen een autoritaire heer en een gehoorzame, machteloze knecht centraal. De mensen toen zagen de machtsverhouding die deze relatie kenmerkt, als de normaalste zaak van de wereld. Niemand dacht, wat wij nu denken, wanneer we de gelijkenis lezen. De verhouding tussen heer en knecht deugt van geen kanten. De heer buit zijn vermoeide knecht uit, omdat hij hem, nadat hij thuis is gekomen is van een lange en zware dag op het land, beveelt naar de keuken te gaan om het eten te bereiden. De man doet wat hem is opgedragen, want hij is maar een onnutte knecht die doet wat hij moet doen.

De knecht is het voorbeeld
Jezus verrast ons, wanneer hij deze liefdeloze verhouding van de autoritaire heer en de machteloze knecht als ideaal en voorbeeld neemt voor onze relatie met God. Hij vraagt van ons dat wij in onze relatie met de hemelse Heer de houding aannemen van gehoorzame en onderdanige knechten. Maar daarmee zet Hij de wereld op zijn kop. Hij vraagt van de heren en van iedereen die zich boven de machteloze, onderdanige knechten verheven voelt, om te worden zoals deze, even machteloos, even nederig. Op hetzelfde moment bevrijdt Hij de knechten van het verlammende gevoel niets waard te zijn. Want het is hun machteloze en minderwaardige maatschappelijke positie die in de relatie met God voor iedereen het voorbeeld, het na te streven ideaal wordt. In de ogen van anderen zijn zij waardeloos en onnut. Zo voelen zij zichzelf ook. Met Zijn gelijkenis roept Jezus hen naar het midden van de kring waar zij schitteren als ontvangers en dragers van Gods genade.

In het licht van God
De Franse denker en christen Jacques Ellul (Roelf Haan wees me hierop) schreef een meditatie over onze onnut of nutteloosheid. Ellul schrijft dat voordat wij ook maar iets kunnen doen, God ons al liefheeft. Dat is de genade die Hij ons cadeau doet. Omdat wij op prestatie en resultaat gerichte mensen zijn, weten we niet goed raad met de gekregen genade. We willen onszelf kunnen bewijzen of, terugkijkend op ons leven, weten of we onszelf wel bewezen hebben. Omdat Gods genade alles uit onze handen neemt, beoordelen we ons werk en onszelf als vruchteloos en ijdel. Maar zo oordeelt God niet over ons. Hij vraagt ons om te doen wat Hij ons opdraagt, dan vergroten wij de heerlijkheid van Hem die ons het eerst heeft liefgehad. God heeft ons lief, omdat Hij liefde is en niet omdat wij omdat wij met onze prestaties en behaalde resultaten in Zijn ogen een voldoende of uitmuntend scoren.
Een last valt van ons af. Want of onze prestaties en resultaten nu glanzen of verdoffen, wijzelf staan gegrond in de helderheid en warmte van Gods licht.

Ds. P.J. Rebel