PREEK 22 december 2019, door Okke Wisse

Niet iedere verwachting komt uit, zo liet op 22 september het internet ons in de steek en kon u niet niet naar de kerkradio luisteren, maar hier kunt u wel lezen welke verwachting er wel kan zijn.

Het moderamen van de Protestantse Kerk in Nederland heeft mij gevraagd het volgende bekend te maken: vanaf eerste paasdag 2022 zal tijdens de eredienst gezichtsherkenning worden toegepast. Door middel van geavanceerde camera’s zal het gedrag van kerkbezoekers nauwgezet gevolgd worden. Een speciaal hiervoor ontwikkeld programma, dat momenteel in de Evangelische Volkskerk van Being wordt uitgetest, zal het mogelijk maken de geloofsbeleving van kerkbezoekers tot in detail te kwantificeren. Voorgangers zullen daardoor veel objectiever dan nu beoordeeld kunnen worden op grond van de effecten die hun prediking, gebeden en zegening blijken te hebben. Daarnaast zal het mogelijk worden om kerkbezoekers die een zeker risico voor andere gemeenteleden vormen, vroegtijdig in beeld te krijgen en eventueel passende maatregelen te nemen.

U snapt waarschijnlijk dat deze mededeling uit mijn duim gezogen is en ik vermoed dat u er, net als ik, vanuit gaat dat het nooit zover zal komen. Maar laten we daar niet al te stellig over zijn..

Het volgende recente bericht is namelijk wel waar:
De leden van de generale synode van de Protestantse Kerk namen onlangs in Doorn unaniem het besluit om de dienstenorganisatie van de PKN opdracht te geven om aan het werk te gaan met tien aanbevelingen van de projectgroep evaluatie seksueel misbruik. Als gevolg daarvan wordt van predikanten, kerkelijk werkers en vrijwilligers en ambtsdragers die met kwetsbare mensen werken of leidinggevende taken hebben, verwacht dat zij een Verklaring Omtrent Gedrag (een zogenaamde VOG) gaan overleggen.
Vijftien jaar geleden had ik dit bericht niet voor mogelijk gehouden. Inmiddels verbaast het me nauwelijks. De kerk kan als grote vrijwilligersorganisatie natuurlijk niet achter blijven. Zeker niet na alles wat er bekend is geworden over de misstanden en het machtsmisbruik binnen haar muren. Maar onderschat de impact van zo’n VOG maatregel niet. In geval van een zedendelict bijvoorbeeld geldt er een levenslange terugkijktermijn. Iemand die ooit hiervoor veroordeeld is geweest, kan zijn of haar verleden binnen de kerk dus misschien wel nooit achter zich laten. In de TBS-kliniek waar ik werk hebben we er best veel last van dat voor steeds meer betaald en onbetaald werk een VOG moet worden overlegd. U zult begrijpen dat wij als kliniek zeer nauwgezet nagaan of een patiënt ergens zonder onaanvaardbaar risico kan gaan werken of überhaupt aanwezig kan zijn. Je zou dus denken dat die zorgvuldige en deskundige beoordeling doorslaggevend is. Maar zo werkt het niet.

Voor alle duidelijk: ik snap de maatregel van de generale synode en ben er ook niet op tegen, maar ik vind wel dat we er even bij stil mogen staan. De kerk beweegt hierin, zoals wel vaker, braaf en traag met de ontwikkelingen in de samenleving mee. En in die samenleving is er sprake van een toenemende behoefte om van medeburgers te weten welk mogelijk risico ze vormen. Deze toegenomen behoefte is niet gerelateerd aan een toegenomen kans op ongelukken. We leven namelijk in een ongekend veilige samenleving. Er is iets anders aan de hand. We vertrouwen elkaar minder op onze blauwe, grijze, groene of bruine ogen. We weten het niet meer zo goed met of van elkaar. En niet zonder reden. De verhalen van buren, collega’s, vrienden en familieleden die het nooit voor mogelijk hadden gehouden dat degene die ze zo goed dachten te kennen dit, en dan bedoelen ze een misdaad, zou kunnen doen, maken indruk. Iemand kan blijkbaar totaal anders zijn dan je denkt. Hij of zij kan een dubbelleven leiden. Of in verschillende werelden een rol spelen. En dat laatste doen we misschien wel bijna allemaal. Al is het maar op het internet. Wie deelt wat dat betreft nog alles met iedereen? Wie houdt er geen guilty pleasures op na? Het is niet zo gek dat de basale onderlinge onzekerheid gegroeid is. En die onzekerheid voedt de behoefte aan informatie over elkaar. Want dat is op bijna alle fronten onze gezamenlijke overtuiging geworden: informatie is het beste medicijn tegen onzekerheid. We worden dus graag zorgvuldig en op tijd geïnformeerd. Sterker nog: we eisen dat we zorgvuldig en op tijd geïnformeerd worden en we zijn zeer verontwaardigd als we er achter komen dat dat, om welke goede of slechte reden dan ook, niet gebeurd is. En dus worden we overspoeld met informatie. Veel meer dan we kunnen bevatten. Besluiten om niet alles te willen of te hoeven weten, klinkt makkelijk, maar is het niet. Hoe kun je nou iets niet willen weten dat misschien wel heel erg belangrijk voor je is? Stel voor dat er een app beschikbaar zou zijn waarmee je met één druk op de knop een gevalideerde risicotaxatie zou kunnen opvragen van alle mensen die bij jou in de buurt wonen. Zou je die app dan gebruiken? Nee, denk je nu misschien, daar worden de buurt en mijn leven echt niet leuker van. Maar dan hoor je een onrustbarend gerucht over die man op nummer 17…en dan? En zo is het ook met bijvoorbeeld medische informatie. Je wordt er echt niet altijd vrolijker van en ook niet gezonder, maar o wat is het moeilijk om niet alles bij elkaar te gaan googelen als de onzekerheid toeslaat.

Nog niet zolang geleden bestreden we onze onzekerheid vooral met geloof, nu doen we dat vooral met informatie. Zoals we ons vroeger lieten geruststellen met de belofte dat God zich over ons zal ontfermen, laten we ons tegenwoordig geruststellen met de belofte dat we in ieder geval op tijd geïnformeerd zullen worden.
En zoals vroeger velen een voorkeur hadden voor een klip en klare boodschap, zo hebben velen nu een voorkeur voor klip en klare informatie die liefs met gezag of enige bombarie gepresenteerd wordt.
Maar niet ieder onderwerp leent zich hier even goed voor. Een mens bijvoorbeeld is van zichzelf allerminst klip en klaar en daarom zal niemand tegenspreken dat een mens meer is dan wat er in zijn of haar dossier staat. Toch denk ik dat we door onze behoefte aan zekerheid, het gevaar lopen dat we een mens meer en meer gaan laten samenvallen met de data die er over hem of haar beschikbaar zijn.

En het is precies daarom dat ik, op deze vierde zondag van advent, weer eens ouderwets en klip en klaar van de kansel zal verkondigen dat Jezus geboren is uit de maagd Maria.
De behoefte om te weten wie de ander is, is van alle tijden. De evangelist Mattheüs begint zijn evangelie, dan ook met de vraag wat voor vlees we in de kuip hebben. Wie is die Jezus en hoe zondig is zijn vlees? Het antwoord dat Mattheüs geeft is diepzinnig en fascinerend en bevat, in mijn lezing tenminste, drie dimensies.

De eerste dimensie is die van de geschiedenis. Een mens wordt midden in de geschiedenis geboren. Wat een nieuw mensenkind in zijn of haar leven zal gaan zeggen, voelen en denken, hoe het zal reageren en wat het zal beleven en dromen… het is allemaal nauw verbonden met dat wat aan dit nieuwe mensenkind vooraf is gegaan. Geen mens begint uit het niets. Als wij het levenslicht zien is er al onnoemelijk veel gebeurd. We dragen de geschiedenis als het ware in ons mee. En het omgekeerde is ook waar: wij worden door die geschiedenis gedragen. Of beter gezegd: we worden er door gedragen, gevormd, bepaald, beperkt en belast. De wereld was al ingericht toen wij geboren werden. Er waren al woorden en beelden. Er waren al gewoontes. Er was al cultuur en moraal. En er had al zoveel plaatsgevonden: liefde, heldendaden, oorlogen, misdaden. Periodes van bloei maar ook tijden van vernieling en verval. En de wereld is door dit alles getekend. Het landschap zit vol sporen, van het mooiste en van het gruwelijkste en van alles daar tussenin. En in dat historische landschap speelt ons leven zich af. We maken deel uit van de geschiedenis. De geschiedenis van de wereld, van ons volk en van onze familie. Bewust en onbewust dragen generaties materiele en immateriële erfenissen aan elkaar over. Geschenken en lasten. Baten en schulden. Redenen voor trots en redenen voor schaamte. Gedeelde verhalen en verstikkende geheimen.
De voorouders die Mattheus in het overzicht van de afstamming van Jezus noemt, zijn in belangrijke mate de hoofrolspelers in de volksgeschiedenis van Israël. En als die geschiedenis in de Tenach, de Hebreeuwse bijbel, verhaald en verteld wordt, klinkt op de achtergrond de wereldgeschiedenis mee. Abraham kwam uit Ur. Jacob en zijn zonen belandden in Egypte. David voerde internationale oorlogen. De ballingen leefden in het Babylonische wereldrijk.
Maar -zo suggereert Mattheus- de geschiedenis van Israël zou je ook, intiemer en beklemmender, als een familiegeschiedenis kunnen lezen. Als de familiegeschiedenis namelijk van Jezus van Nazareth. Alles wat er in die geschiedenis van generatie op generatie gebeurd is, draagt Jezus als het ware met en in zich mee. En het omgekeerde is ook waar: het is deze familiegeschiedenis die Jezus draagt. Hij wordt er door gedragen en gevormd, maar ook beperkt en belast. Ook Jezus begint niet uit het niets. Ook hij maakt deel uit van de mensengeschiedenis die aan hem vooraf is gegaan. Wie Jezus wil verstaan, moet zijn afstamming kennen. Wie het evangelie leest kan niet om de Tenach heen.
De evangelist Mattheüs lijkt erop te willen wijzen hoe alles met elkaar verbonden is. De wereldgeschiedenis kleurt de geschiedenis van het volk. En die op haar beurt de familiegeschiedenis. En de familiegeschiedenis tekent het persoonlijke verhaal. En vervolgens -en juist dat wil Mattheüs duidelijk gaan maken in zijn evangelie- vervolgens gaat dat persoonlijke verhaal inwerken op de wereldgeschiedenis. Het gaat van groot naar klein en dan van weer van klein naar groot. Dat is de dynamiek. Noch het grote, noch het kleine mag dus onderschat worden. Zonder grote verhalen geen kleine verhalen, en zonder kleine verhalen geen grote verhalen. Daarom herinnert Mattheus ons tussen de regels door aan een paar van die op zich kleine maar cruciale vertellingen uit de Tenach. Weet je nog hoe koning David z’n VOG kwijtraakte nadat hij z’n handen niet thuis kon houden en de onwetende Uria de dood injoeg? En herinneren jullie je Rachab nog, die prostituee op de muur van Jericho, die met haar buitenlandse klanten niet alleen haar bed deelde maar ook hun God? Of uh… Ruth die haar depressieve schoonmoeder bij gebrek aan antidepressiva onmogelijk aan haar lot kon overlaten en daarom als een economische vluchtelinge de grens over stak? Of Tamar die schaamteloos voor zich zelf opkwam en zich verkleed als hoer liet bezwangeren door haar eigen schoonpapa? Het is toch wat, hoe dat grote mannenverhaal van bloed en bodem verweven is met zoveel kleine vertellingen van eigenzinnige vrouwen. Wel, net zo, wil Mattheus zeggen, net zo valt het niet uit te sluiten dat dit kleine maar bijzondere evangelieverhaal over Jezus van Nazareth, eigenzinnige telg uit het joodse geslacht van David, een cruciale rol gaat spelen in de grote geschiedenis van alle Grieken, Romeinen en Chinezen bij elkaar. En dat laatste is geen grapje want Mattheus schreef zijn evangelie in Antiochië, één van de grote zeehavens aan het einde van de zijdenroute die in die dagen vanuit het Middellandse zeegebied naar hartje China voerde.
Mattheus voelt zich een wereldburger en vraagt vanuit dat oogpunt aandacht voor de relatie tussen de geschiedenis en het individu. Hoe kunnen wij ons die relatie voorstellen? Je zou misschien kunnen zeggen: ieder mens maakt deel uit van de geschiedenis. De geschiedenis stroomt als het ware door ons individuele leven heen, brengt het voort en neemt het op in haar stroom, maar dat doet ze niet zonder zelf iets te ondergaan: de inwerking van onze individualiteit namelijk. De geschiedenis brengt ons niet alleen voort en stroomt niet alleen door ons heen, maar ze schuurt ook in ons, ze stuit op ons. Onze individualiteit betekent dat we ons tot de geschiedenis verhouden. Of met een andere verbeelding: onze levensreis door het historische landschap wordt onontkoombaar bepaald door de sporen van voorbije schoonheid en gruwelijkheid, maar onze levensreis laat zelf ook weer sporen na. Als het historische landschap door een individu wordt betreden, verandert dat landschap altijd een beetje en soms wat meer en een enkele keer zelfs zeer ingrijpend. Een mens laat sporen na.

Deze bijzondere verhouding tussen de geschiedenis en ons individuele bestaan, brengt ons bij de tweede dimensie van Mattheus. De mens gaat niet op in de geschiedenis die hem heeft voortgebracht, maar hij gaat er een verhouding mee aan. Wij, u, jij en ik, wij brengen iets de geschiedenis binnen dat er nog niet was: iets nieuws. Hoe ik dat zo zeker denk te weten? Wel, ik maak het, net als u, bijna dagelijks mee: soms is iets er nog niet en ligt het aan mij hoe en of het er zal komen. Het verhaal bijvoorbeeld dat nog geschreven moet worden. De kleuren en vormen op het nog maagdelijk witte schilderdoek. Mijn nog even uitblijvende antwoord of reactie waar een ander mens op zit te wachten of op rekent. Mijn aarzeling om een weg wel of juist niet in te slaan. En in deze beleving van iets dat er nog niet is, maar dat als het ware wacht op mij, op wat ik doe of laat, op wat ik besluit, voel ik dat het waar is: er zijn momenten dat er door mij of in mij iets nieuws kan worden geboren. De meest krachtige en humoristische kritiek op degenen die beweren dat alles wat wij doen en laten slechts de uitkomst is van wat al vast lag in onze hersenpan, trof ik ooit aan in een boekje van Bert Keizer. Hij beschreef hoe hij de proef op de som had genomen en zonder enige voorkeur, trek of bedoeling naar de groenteafdeling van de supermarkt was getogen om daar af te wachten wat zijn hersenen zouden kiezen om die avond te eten. Maar er kwam, ook na langdurige mindfulness, geen enkele groente in hem boven. Hij moest het uiteindelijk toch zelf bedenken. Waar hij zin in had, welk recept hij nog kende, waar de groente vandaan kwam, of het te betalen was en wat een eventuele gast op prijs zou stellen? Zelfs zo’n simpele dagelijkse beslissing heeft ons nodig. Een mens heeft iets te doen en te laten. Hij of zij is meer dan een plek of een lichaam, waar zich iets voltrekt dat er in potentie al was. Ja, die plek, dat lichaam is hij of zij zeker ook, maar niet uitsluitend. Er is ook iets dat, als het ware, in ons en door ons geboren kan worden. Iets nieuws. De filosofe Hannah Arendt noemt dat met een duur woord onze ‘nataliteit’. De mens, zegt zij, is in de wereld geworpen en in zeker opzicht de uitkomst, het product van de geschiedenis, maar de mens is ook in staat om iets nieuws te beginnen, om iets geboren te laten worden. En dat telkens opnieuw, een leven lang. En op dat vermogen is een mens aan te spreken.

Zoiets moet Mattheus ook gedacht hebben. Want zijn evangelie leest als een soort antropologie. Een ware-mens-studie. Een Adam-verhaal. De antropologie van Mattheus luidt dat een mens niet te verstaan is zonder de geschiedenis en ook niet zonder al die cruciale kleine verhalen die daar in verweven zitten, MAAR de mens gaat er niet in op. Er is ook nog iets anders aan hem, in hem: De mens is… geboren. Niet gemaakt, niet geproduceerd, maar geboren. Dat wil zeggen: er huist iets nieuws in hem. Iets dat niet terug te herleiden valt op dat wat al was en geweest is. Iets dat juist kan schuren met het voorafgaande, iets waar dat voorafgaande op kan stuiten, op kan botsen. Iets kortom dat vernieuwing teweeg kan brengen. Maar waar komt dat nieuwe in Godsnaam vandaan? Hoe is het mogelijk dat Jezus enerzijds onlosmakelijk verbonden is met zijn afstamming, maar er anderzijds toch niet in op gaat? Dat komt, zegt Mattheus omdat er door de baarmoeder van zijn moeder, dat jonge meisje uit Nazareth, door die kraamkamer vol genen, chromosomen en familiegeschiedenis, een geestkracht van elders heeft gewaaid. Een Syrische kerkvader opperde in de achtste eeuw dat deze Goddelijke geestkracht als een woord door het oor van Maria naar binnen is geglipt. Dat zou best wel eens kunnen. Maar het wonder is vooral dat door deze geestkracht van elders, het aardse bevrucht raakt met de mogelijkheid van vernieuwing. Deze geestkracht van elders die in ieder mens huist noem ik de tweede dimensie In de antropologie van Mattheus.
Omdat Jozef al de drager van de eerste dimensie mocht zijn, is nu Maria aan de beurt. De vrouwen die eerder in de afstammingslijst genoemd zijn, kondigden haar bijzondere rol al aan: Maria mag in al haar maagdelijke ontvankelijkheid, de geestkracht van elders ontvangen. Een geestkracht die waait waarheen hij wil, die niets voortbrengt, niets produceert, niets veroorzaakt, maar die wel aan de wieg staat van de menselijke geboorte. De heilige geest verbeeldt voor mij de nataliteit waarover Hannah Arendt schrijft, de mogelijkheid van vernieuwing die in ieder mens huist. De Heilige Geest verbeeldt voor mij het grote wonder dat de geschiedenis, die het individu heeft voortgebracht, tegen dit voortgebrachte individu aanloopt, erop stuit, er tegenaan botst en daarom, als het ware, even in moet houden, alsof ze in een spiegelend gelaat kijkt en even van zichzelf vervreemdt raakt. En die onverwachtse en vervreemdende hapering in de stroom van de geschiedenis, is het moment waarop het individu zich afvraagt: ‘En wat nu? Wat moet ik doen? Wie ben ik? Hoe moet ik handelen?’. Kortom: In deze hapering ontdekt de mens dat hij iemand is, er toe doet, niet samenvalt met dat wat hem heeft voortgebracht en dat het antwoord, dat hij op die grote vragen geeft, niet vrijblijvend kan zijn. En als in een goed opgebouwde symfonie komt daarmee de antropologie van Mattheus tot een hoogtepunt. Alle instrumenten spelen nu mee. De derde dimensie.
De mens, die niet te verstaan is zonder zijn afstamming en familiegeschiedenis, maar die daar niet mee samenvalt, omdat hij niet gemaakt is, maar geboren, van deze mens valt dus iets te verwachten! Advent. De mens is een vernieuwingsbelofte. De geschiedenis kan een tikkeltje van koers veranderen door deze ene mens.

De derde dimensie is de dimensie van de verwachting.
Hoor dus de hoge verwachtingen waarmee onze Davidszoon zal moeten leven: Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden. En: Immanuel zal zijn naam zijn, wat betekent: God met ons. En Christus mag hij genoemd worden, de gezalfde, de langverwachte.
Jeetje creetje, dat zijn wel erg hoge verwachtingen. Te hoge verwachtingen zo zal nog blijken. En dus zullen deze hoge verwachtingen de rabbi uit Nazareth ruimschoots overleven en Hem zelfs als ‘eeuwige verwachting’ uit de dood laten opstaan… Maar dat is een ander verhaal. Zover zijn we nog niet. Het is pas advent. En deze adventssymfonie eindigt wat mij betreft met een imposante boodschap: wij, jij en ik, wij zijn geboren, niet geproduceerd. En door onze genen en geschiedenis waait een geestkracht als een woord van elders. En een stem in ons zegt: Zie, jij maakt alle dingen nieuw. Ikke? Alle dingen nieuw? Ja jij mensenkind, alle dingen nieuw, alle dingen een heel klein beetje nieuw. En dat kleine beetje vernieuwing is genoeg om te weten wat je zal eten. En dat kleine beetje vernieuwing kan je helpen om te bedenken hoe te leven en hoe om te gaan met de sporen van zoveel moois en gruwelijks in het landschap waar jouw levensreis doorheen voert.

Ik ben niet tegen een VOG, maar ik pleit als tegenwicht wel voor een VOV. Een Verklaring Omtrent Vernieuwing. Dat is geen dossierverklaring, maar een geloofsverklaring. En we hebben hem vandaag gelezen. Ik pleit ervoor dat we elkaar niet alleen helpen, bestoken en beperken met informatie en data, maar dat we elkaar ook bevestigen, bevrijden en belasten met verwachtingen. Reële verwachtingen. Maar wat mij betreft mogen ze eerder neigen naar iets te hoog dan naar fors te laag. We kunnen wel wat vernieuwing gebruiken.
Aan kansen geen gebrek. Want ieder moment opnieuw stuiten wij op de geschiedenis en iedere moment stuit de geschiedenis op ons. En in het wonder van die soms wat moeizame botsing, vol barensweeën, geboortekansen en mogelijke gevaren, gebeurt het, is God hopelijk met ons, worden alle dingen nieuw, al is het maar een heel klein beetje.

Met dat voor ogen, wens ik u in de komende week een goede nieuwe geboorte toe. Ennuh… de daarvoor vereiste VOV hoeft u niet per mail aan te vragen. Die wordt u op kerstavond ouderwets en gratis toegezonden. Volgens Johannes van Damascus, door uw oor, maar wellicht zijn er ook andere wegen. En… niet alleen U krijgt die VOV toegezonden, maar ook de ander op uw pad.
AMEN