Een Gezegende Familie

Zo zegende Jakob (zijn kleinzonen) Efraïm en Manasse op die dag; hij zei:
Israël zal met jullie naam zegenen door te zeggen: Moge God u maken als Efraïm en als Manasse.
(Genesis 48: 20)

Zegening van de kinderen
rembr jakob jozef grt1Ook de volgende vrijdagavond zullen deze zegenwoorden van Jakob weer worden uitgesproken. Aan het begin van de sabbat zegenen joodse ouders hun kinderen. Tegen de zonen wordt gezegd: “Moge God je maken als Efraïm en Manasse”; tegen de dochters: “Moge God je maken als Sara, Rebekka, Rachel en Lea.” Daarna ontvangen zowel zonen als dochters met handoplegging de Aäronitische zegen, de zegen waarmee wij meestal onze vieringen eindigen. Soms fluisteren ouders nog iets persoonlijks in hun oor.
Door deze zegening, de Birkat Banim, heeft Bob Dylan zich laten inspireren voor het nummer Forever Young. De Psalmen voor Nu-groep heeft dit lied een keer bij een doop gezongen. Dylan zingt de kinderen toe: May you always know the truth / And see the light surrounding you / May you always be courageous / Stand upright and be strong. (Dat jij altijd de waarheid zult kennen / En het licht zult zien dat jou omringt / Dat jij altijd moedig zult zijn / Recht zult staan en sterk zult zijn.) Met deze woorden stalt de dichter iets uit van de rijkdom van een bijbels geïnspireerde opvoeding.

Drie familiefoto’s
Het boek Genesis vertelt dat God in het begin hemel en aarde en alle levende wezens schiep. Ook maakte God de mens, “mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen”. Het boek, dat begint met de schepping van de mens, eindigt met drie familiefoto’s. Op de eerste foto zien we, hoe Jakob de beide zonen van Jozef, Efraïm en Manasse, zegent. Dit moment halen we dichterbij, wanneer we het mooie schilderij opzoeken dat Rembrandt hiervan maakte.

De tweede familiefoto is genomen, wanneer de twaalf zonen van Jakob rond het bed van hun vader staan en zij allemaal een persoonlijke zegen van hem meekrijgen. De derde foto laat zien hoe de broers na het overlijden van Jakob, ongerust en bang voor wraak, voor de tweede keer Jozef om vergeving vragen.
Het boek dat begint met de schepping van al het leven, eindigt met de beschrijving van een familieleven. Met een bijbelcommentator kunnen we ons afvragen waarom dat zo is.

Begin van samenleven
Genesis vertelt over het begin van het leven en ook over het begin van het samenleven. Daarom beschrijft het boek het familieleven van Abraham, Isaak en Jakob. Omdat de bijbel realistisch is en over werkelijke mensen gaat, laat die zien welke spanningen en verdeeldheid ons samenleven kunnen belasten. Sara en Hagar, Jakob en Esau, Jozef en zijn broers; voor niemand, toen niet en nu niet, is het werken aan een familieleven een vanzelfsprekende en eenvoudige aangelegenheid. Toch leren we in de familie, en dat is een omvangrijkere eenheid dan het gezin, de vaardigheden die onmisbaar zijn voor ons samenleven met elkaar en met andere mensen. We kunnen de familie zien als “een arena waar conflicten plaatsvinden en waar ze gehanteerd moeten worden.” In deze arena leren we onze emoties kennen en ontwikkelen we onze vaardigheden om deze emoties te beheersen en op een goede manier te uiten. In de familie bereiden we ons voor op ons op de uitdagingen en valkuilen van het samenleven.

Ruimte voor Gods zegen
In onze Westerse samenleving, schreef iemand, hebben we de familie “onttroond ten gunste van seksuele vrijheid en zelfexpressie.” De gevolgen zijn niet positief te noemen.
Genesis en de andere boeken van de Bijbel willen ons gevoelig maken voor de trouw en de verantwoordelijkheid, waaraan mensen zich moeten binden om een veilig en constructief samenleven mogelijk te maken. Na de dood van Jakob komen de broers bij Jozef en smeken hem om vergeving. Jozef antwoordt: “Wees maar niet bang. Ik kan toch Gods plaats niet innemen? Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd...
Anders dan wij denkt Jozef er niet aan om de plaats van God in te nemen. Hij eerbiedigt juist de plaats die de Eeuwige inneemt. Jozef geeft God de ruimte. Zo maakt hij het voor zichzelf mogelijk om Hem niet uit het oog te verliezen. “Mijn oog keert zich peinzend naar Uw woord.” (Psalm 119: 148). Peinzend en serieus blijven we Gods woorden zoeken. Dan begeert seksualiteit niets anders dan zich met liefde te verbinden en verlangt zelfexpressie niets anders dan te huwen met de verantwoordelijkheid voor de ander. Het spreken van God is een onmisbare zegen voor ons en onze familie.

Ds. P.J. Rebel